Sociale intelligentie

Het begrip sociale intelligentie is als eerste gebruikt door Thorndike, in 1920. Hij vatte sociale intelligentie op als ‘verstandig handelen binnen menselijke relaties’. (Goleman, 2007, p18). Met deze omschrijving benadrukte Thorndike het grote belang van interpersoonlijke kwaliteiten die het verschil maken tussen het meer en minder succesvol zijn in werk en privé. Dit in een tijd waarin men op zoek was naar een bredere omschrijving van intelligentie dan alleen IQ.

In 2006 verscheen het boek Social Intelligence. The new Science of Human Relationship, geschreven door Daniel Goleman, eerder bekend geworden met zijn boek over emotionele intelligentie. (1)

In het boek over emotionele intelligentie is de insteek emoties (van jezelf en van anderen) en heeft hij het ‘omgaan met relaties’ als één van de hoofdterreinen van emotionele intelligentie benoemd. In zijn latere boek over sociale intelligentie zijn de relaties de insteek en hij zegt hierover: “Intussen ben ik gaan inzien dat je het denken beperkt wanneer je sociale en emotionele intelligentie op één hoop gooit, omdat je geen aandacht besteedt aan wat er gebeurt tijdens een interactie. Deze blinde vlek negeert het ‘sociale’ aspect van intelligentie.” (Goleman, 2007, p. 93).

Goleman werkt het begrip sociale intelligentie uit in twee hoofdterreinen: het sociaal bewustzijn en sociale vaardigheid. Het sociaal bewustzijn is dat wat we van anderen aanvoelen en sociale vaardigheid is dat wat we vervolgens met dat bewustzijn doen (handelen). (Goleman 2007, p. 93 – 94).

Sociaal bewustzijn behelst:

  • Primaire empathie: meevoelen met anderen; het aanvoelen van non-verbale signalen.
  • Afstemming: Totale ontvankelijkheid bij het luisteren; het afstemmen op een persoon.
  • Empathische accuratesse: het begrijpen van de gedachten, gevoelens en intenties van een ander.
  • Sociale cognitie: Weten hoe de sociale wereld werkt.

Sociale vaardigheid behelst:

  • Synchronie: Soepel contact maken op non-verbaal niveau.
  • Zelfpresentatie: Onszelf effectief presenteren.
  • Invloed: De uitkomst van sociale interacties vormgeven.
  • Betrokkenheid: Ontvankelijk zijn voor de behoeftes van de ander en daarnaar handelen.

Interessant is dat hij zijn theorie over sociale intelligentie baseert op nieuwe inzichten uit de neurowetenschap. Mensen hebben een ‘sociaal brein’, een enorm netwerk van neurale modules dat de regie voert over onze sociale interacties. Afhankelijk van het type interactie is een deel van dit netwerk actief. Er is een ander deel van dit netwerk aan het werk als wij in gesprek zijn dan als we ons afvragen of we iemand aardig vinden. (Goleman, 2007, p. 336).

Noten

1. Zie www:volwassenenleren.nl/emotionele-intelligentie/, en Goleman, D. (2019). Emotionele intelligentie. Emoties als sleutel tot succes. Amsterdam: Atlas Contact.

Referenties

Dijkman, L. (2009). Sociaal intelligent leiderschap. Een verkenning binnen het CoPI van de veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Scriptie. Retrieved. 14-04-2020. www.ifv.nl/kennisplein/Documents/scriptie_dijkman-leergang-10.pdf

Goleman, D. (2007). Sociale intelligentie. Nieuwe theorieën over menselijk gerag. Amsterdam/Antwerpen: Contact.

NTvG. (2008). Sociale intelligentie. Retrieved: 14-04-2020. www.ntvg.nl/artikelen/sociale-intelligentie/volledig