Impliciete kennis en expliciete kennis

Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen impliciete kennis (tacit knowledge) en expliciete kennis (explicit knowledge). Impliciete kennis is geïnternaliseerde kennis en is moeilijk over te dragen, omdat ze zo vanzelfsprekend is, dat we ons er niet van bewust zijn dat we over deze kennis beschikken. Deze kennis kunnen we niet verwoorden, niet toelichten en niet beschrijven. Polanyi (1966) zegt hierover dat we “meer weten dan we kunnen vertellen”. Expliciete kennis daarentegen is kennis die wel toegankelijk is en door woorden, codes, verhalen of schrift kan worden overgedragen bijvoorbeeld via media (Hélie en Sun, 2010).

Impliciete kennis draagt, net als expliciete kennis, bij aan succesvol handelen (Nonaka en Takeuchi, 1995). Interessant is de vraag hoe we impliciete kennis met anderen kunnen delen, zodat ook zij hier hun voordeel mee doen.

Nonaka (1990) heeft hiervoor het SECI model ontwikkeld, waarbij de letters staan voor vier verschillende manieren om kennis te delen: socialisatie, externalisatie, combinatie en internalisatie (zie figuur 1).

  1. Socialisatie: van impliciete kennis naar impliciete kennis
    Kennis wordt gedeeld door sociale interactie face-to-face of door ervaringen, waarbij de kennis toch impliciet blijft. Denk hierbij aan culturele waarden die je meekrijgt vanaf je geboorte, of aan een ‘leermeester’ van wie je leert hoe je een bepaalde handeling moet doen zonder dat dat op papier staat of expliciet wordt verwoord. Als jijzelf deze kennis omzet in een eigen manier van werken, heb je deze kennis geïnternaliseerd. Maar als je deze kennis niet expliciet maakt, dan is het nieuwe impliciete kennis.
  2. Externalisatie: van impliciete kennis naar expliciete kennis
    Wanneer je impliciete kennis verwoordt en eventueel verspreidt, wordt de kennis expliciet. Expliciete kennis is per definitie toegankelijk voor anderen en is vaak ook een basis voor nieuwe kennis en nieuwe concepten.
  3. Combinatie: van expliciete kennis naar expliciete kennis
    Hierbij kun je denken aan kennis die al bekend is en nu bekend gemaakt wordt voor een breder publiek. De kennis wordt dan gecombineerd met andere expliciete kennis, waardoor er nieuwe kennis ontstaat.
  4. Internalisatie: van expliciete kennis naar impliciete kennis
    Hier gaat het om expliciete kennis die impliciet wordt, doordat je zaken uitprobeert, combineert, verbindingen legt en hierop reflecteert. Er ontstaat nieuwe kennis bij jezelf, waarbij je verbanden en patronen ziet. Bestaande expliciete kennis wordt nieuwe impliciete kennis.
Figuur 1: SECI model van kennisdimensies volgens Nonaka (1990) en bijgesteld door Takeuchi (Xu, 2013)

Referenties

Hélie, S., & Sun, R. (2010). Incubation, insight, and creative problem solving: A unified theory and a connectionist model. Psychological Review, 117 (3), p. 94 – 1024.

Nonaka, I. (1990). Management of Knowledge Creation. Tokyo: Nihon Keizai Shinbun-sha.

Nonaka, I. & Takeuchi, H. (1995), The knowledge creating company: how Japanese companies create the dynamics of innovation. New York: Oxford University Press.
Polanyi, M. (1966), The Tacit Dimension. Chicago: University of Chicago Press.

Xu, F. (2013). The Formation and Development of Ikujiro Nonaka’s Knowledge Creation Theory. In G. von Krogh et al. (Eds.), Towards Organizational Knowledge: The Pioneering Work of Ikujiro Nonaka (p. 60 – 76). Basingstoke, UK: Palgrave Macmillann.