Inburgeren: meer dan een inburgeringstraject

“Diversiteit is uitgenodigd worden voor een feestje. Inclusie is inhaken en meedansen (Verna Myers).”

Van alle vluchtelingen die in 2014 in Nederland een verblijfsvergunning kregen, is na 30 maanden slechts 11% aan het werk als werknemer of als zelfstandig ondernemer, zowel parttime als fulltime (CBS, 2018). Dat zouden er meer kunnen zijn. Christian de Kraker laat zien dat drie verschillende elementen succesvol inburgeren kunnen bespoedigen: gebruik van weak ties, inzicht in eigenschappen van de ondernemersreis en de Kritischevriendenmethode, ontwikkeld door het lectoraat Ondernemen in Verandering van de Hanze Hogeschool in samenwerking met het Alfa-college. Deze begrippen worden verder uitgewerkt in dit artikel. Vooral één ding wordt duidelijk: het verplichte inburgeringstraject is slechts een beperkt deel van het grotere geheel ‘burger worden in Nederland’. De focus in dit artikel is op ondernemende vluchtelingen en de activiteiten die zij ondernemen om zich met Nederlanders en de Nederlandse (bedrijfs)cultuur te verbinden.

Ayham

Ayham ontvluchtte het Syrische regime, omdat hij niet wilde vechten in de burgeroorlog. De boottocht van Libië naar Griekenland was zwaar en traumatisch. Maar op zijn weg vanuit Syrië zocht en vond Ayham in elk land baantjes. Zo deed hij, tijdens de lange vlucht naar Nederland, al heel wat ervaring op binnen de bouw en techniek. Nederlanders die hij sprak aan het begin van zijn inburgeringstraject geloofden in zijn technisch talent. Ayham maakt het waar. Hij pakte meteen praktische klusjes in de buurt op en zocht verbinding met Nederlanders door kok te worden bij het burgerinitiatief Koken en Kletsen in de buurt. Hij vierde de Nederlandse feestjes graag mee en nodigde vervolgens ook mensen bij zijn gezin thuis uit om de feesten te vieren, die hij vanaf kinds af aan samen viert. Zo ontmoette hij elke maand weer nieuwe mensen en zijn kennissenkring werd steeds groter. Door al deze contacten verbeterde en versnelde hij zijn integratieproces.

Welke aspecten van de dagelijkse leefomgeving zorgen ervoor dat Ayham wel snel inburgert en integreert, terwijl duizenden andere inburgeraars zich in sociale isolatie bevinden en een afstand tot de arbeidsmarkt hebben? Door goed te kijken hoe mensen hun dagelijkse leefomgeving duiden, leer je hoe zij deze omgeving gebruiken. Volgens Huizinga & Van Hoven (2019, p. 309) zijn ‘contact met de omgeving en het verbinden met die omgeving twee aspecten die veel zeggen over de kansen en obstakels voor vluchtelingen in een integratieproces’. Het is belangrijk om de verhalen hierover te delen en om te vertellen welke activiteiten voor versnelling en verbetering van de integratie en verbinding zorgen. Ayham is als vluchteling en inburgeraar geen onderdeel van een homogene groep en het is lastig uitspraken te doen voor de gehele groep, maar wat cruciaal is in zijn verhaal zijn het ‘initiatief nemen’ en zijn ‘kennissen’. (1)


In dit artikel wordt gekozen voor de definitie van Wets (2007) waar inburgering is beschreven als een specifieke, begeleide en doelgerichte gestuurde vorm van maatschappelijke integratie. Het inburgeren werd verplicht voor alle vluchtelingen vanaf 2007 en de cursussen Nederlands en Kennismaking Nederlandse Maatschappij werden geregeld door de overheid. Dat liep redelijk. Maar bij het kabinet Rutte 1 werd aangegeven, dat de overheid dat niet moet regelen, maar de nieuwe Nederlanders zelf. De inburgering is toen op de vrije markt gebracht en geprivatiseerd met de gedachte ‘laat de markt het oplossen.’ Sindsdien wordt eigen initiatief aangemoedigd en is elke nieuwkomer verantwoordelijk voor zijn eigen inburgering. Om in te burgeren kunnen ze zelf op zoek naar een omgeving met een commerciële taalschool of een taalaanbieder bij een onderwijsinstelling of zelfs een digitale omgeving om online de taal te leren.


Rahman

Rahman is ingesprongen op het tekort in de zorg, met dank aan kennissen. Van vrienden kreeg hij te horen dat hij zijn ondernemersdroom moest volgen en leden van zijn kerkgemeenschap droomden met hem mee. Maar na twee jaar ploeteren in de horeca om zelfstandig te worden, kreeg hij via kennissen snellere mogelijkheden om uit de bijstand te komen: werken in de zorg. “Veranderen en flexibel zijn is het belangrijkste voor mij om zelfstandig te worden. Ik kan al zo goed veranderen. Ik heb alles achtergelaten in mijn eigen land en weet hoe het is om opnieuw te beginnen. Nu weet ik ook dat ik kan veranderen van horeca naar zorg en doe ik de opleiding BBL-verpleegkundige met een betaalde baan naast het werken aan mijn staatsexamens. Dit gaat goed en ik voel mij nu vrij.”

Kritischevriendenmethode
De Kritischevriendenmethode heeft Rahman geholpen om stappen te maken. De methode is erop gericht om dilemma’s te bespreken en uit te diepen. Het doel is empowering en de stappen zijn: Het samenstellen van een cirkel van vier kritische vrienden, het voorleggen van de uitdaging, contextualiseren van het probleem, ontwikkelen van een uitdaging, terugkoppeling en dialoog. Dit is een wekenlang proces, dat zich blijft ontwikkelen. Voor Rahman lag de start bij de constatering: “Ik kan het niet alleen”. Je ervaart dat je meer mensen nodig hebt om verder te komen. Dit is een belangrijk startpunt en het begin van een zoektocht richting een baan. De kritische vrienden en de Kritischevriendenmethode zijn er om het individu steeds een stap verder te laten zetten in een ontwikkeltraject, hem in staat te stellen de regie te nemen in het eigen ontwikkelingsproces en te leren als uitgedaagde. Een taak van de kritische vrienden is bovendien het activeren van netwerken. Kritische vrienden hebben Rahman uitgedaagd nieuwe contacten te maken. En zo kwam hij uiteindelijk in een versnelling.

Moussa

“Bij de gemeente kwam ik met een goed plan, maar ik werd elke keer afgewezen, waardoor ik al twee jaar wacht voordat ik nu echt mag beginnen met mijn onderneming en uitvinding. Ik heb een coach gekregen en via de coach kreeg ik weer nieuwe contacten uit zijn kring. Nieuwe ondernemers, een journalist en nieuwe vrienden hebben mij geholpen met valideren van mijn octrooi en het vertalen en schrijven van een Europees patent over mijn uitvinding. Ik werk nu met een andere ondernemer samen om gezamenlijk mijn producten aan te bieden en te verkopen. Ook heb ik een marketingman gevonden die mijn product wil verkopen en ik maak mijn eigen product. Ik heb een coach gekregen en via de coach kreeg ik weer nieuwe contacten uit zijn kring.”

Weak ties
Naast de kritische vrienden zijn kennissen belangrijk. Bij regie nemen voor je eigen leven ben je constant bezig met het inzetten van je sociale netwerk, maar ook met het netwerk van kennissen. Cultuurpsycholoog Jos van der Lans (2012, p.1) stelt in de lijn van Granovetter “hoe sterker het sociale netwerk, hoe minder je eraan hebt voor bijvoorbeeld een baan. Het zijn juist de kennissen op afstand waar je het van moet hebben”. Granovetter (1973) vatte dat destijds samen als ‘the strength of weak ties’. De ‘weak ties’ van het ondernemersnetwerk hebben Rahman – en ook Moussa – verder geholpen.

Van der Lans licht Granovetters’ onderzoek verder uit naar netwerken en komt met heel verrassende inzichten. Granovetter ontdekt in 1973 dat rond 20% van de bijstandsgerechtigden een baan vond via formele kanalen. Iets minder dan 80% vindt een baan via informele netwerken. Van die groep werd slechts 17% geholpen door een ‘sterke verbinding’, iemand die ze minsten één keer per week zagen. De meerderheid was geholpen door anderen die ze juist niet zo goed kenden. 55% kreeg een baan via een ‘zwakke verbinding’, vaker dan één keer per jaar maar minder dan één keer per maand en 28% door een relatie die ze zelden ontmoetten, zeg gerust één keer per jaar of minder vaak (Van der Lans, 2012, p.1). ‘Weak ties’ helpen mensen dus verder, hoewel de ‘strong ties’ belangrijk zijn en blijven voor het persoonlijk-emotioneel welbevinden (Van der Lans, 2012, p.1).

Fatima

Fatima is een dame van 25 jaar en maakt een ondernemersreis om haar droom, haar zelfstandige studio, te verwezenlijken: “Ik heb de ambitie om een mooi bedrijf op te zetten of voort te zetten in het Noorden. Kennis van het noordelijke bedrijfsleven is dan ook belangrijk voor mij. Helemaal om contact te hebben met Groningse ondernemers en zo een beter beeld te krijgen van de Nederlandse bedrijfscultuur. Dit lukt me door bedrijven te bezoeken en een dag mee te lopen. Zo krijg ik veel kennissen en heb ik via mijn kennissen ook al een plek in het noordelijke ondernemersnetwerk.”

De ondernemersreis
De metafoor van de ondernemersreis voor een nieuwkomer kent parallellen met de reis van de held van Campbell (1949). Er wordt gestart met een ‘call for adventure’. Met deze call start het avontuur waar vluchtelingondernemers al snel in een onbekend systeem gebruik moeten maken van hun ondernemende houding. De uitdaging ligt in de zoektocht naar een stimulerende omgeving. Roundy (2016) benoemt het belang van stimulerende omgevingen voor de ontwikkeling van deze ondernemerschapsreizen, waarbij vluchtelingen als Fatima zelf op reis gaan om hun ondernemersdroom proberen te verwezenlijk en te netwerken. Ook hier blijkt het netwerk van groot belang. Fatima is op zoek gegaan naar mentoren en creëert een ecosysteem daarvoor. In haar kring zitten lokale overheden, ondernemersverenigingen, coaches en het reguliere inburgeringstraject waar ze de reis mee aan durft. Over deze reis reflecteren helpt, juist over de momenten dat je tegen muren aanloopt. Ervaringsdeskundigen die de ondernemersreis al eerder hebben gemaakt kunnen vanuit hun ervaring helpen. Ook helpt de ondernemersreis de ondernemer om nieuwe inzichten, succes- en pijnpunten sneller te herkennen.

Inburgerende ondernemers

Deze vier nieuwkomers hebben op één na de bijstand verlaten. Hun verhalen laten zien dat er veel meer nodig is om in Nederland te kunnen inburgeren dan het verplichte inburgeringstraject. Ze hebben alle vier een ondernemende houding, maar dan nog kunnen ze het niet alleen. Ze hebben gidsen en ondersteuning nodig bij het analyseren van hun situatie, bij het zetten van stappen in hun ontwikkeling, bij het uitbreiden van hun netwerk tot ver buiten de eigen vrienden- en familiekring. Daarnaast moeten ze de mogelijkheid krijgen om in bedrijven te kijken, mee te lopen en te snuffelen aan – een vaak andere – bedrijfscultuur; aan de borrels, netwerkbijeenkomsten en de ongeschreven wetten van organisaties. Het contact met ondernemers en met lokale overheden verloopt lang niet altijd vlekkeloos. De bureaucratie werpt belemmeringen op waar zij stimulerend zou moeten zijn, zoals in het geval van Moussa. Hun veerkracht is bewonderenswaardig: zij zijn degenen die steeds opnieuw het initiatief nemen, zij geven bij iedere nieuwe situatie openheid van zaken, zij moeten zich weer herpakken na mogelijke afwijzingen en teleurstellingen.

Oproep

‘Twee en een half jaar na het krijgen van een verblijfsvergunning ontvangt 86% van alle statushouders in de leeftijd van 18 tot 65 jaar een bijstandsuitkering’ (CBS, 2018, p.49). Een beroep op het eigen netwerk om een baan te vinden geeft nog onvoldoende kansen. De ‘zwakke’ verbindingen ontbreken, verbindingen die verder reiken (en kijken) dan de eigen kring. De relevante vraag is vervolgens: kunnen we ‘zwakke’ verbindingen stimuleren? Het antwoord volgens cultuurpsycholoog Van der Lans (2012, p.2) is eigenlijk verrassend eenvoudig: “Het gebeurt al, alleen zien we het belang ervan onvoldoende, we kijken nog niet genoeg naar de wet van Granovetter, maar we zien het als sympathieke bezigheden, leuk vrijwilligerswerk of aardig bedoelde uitingen van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zo houden we het onbeduidend en marginaal.” Bij deze mijn oproep om de kritische vrienden, weak ties en de metafoor met de ondernemersreis vaker en doelmatig in te zetten en de plaats te geven die de ondernemende vluchtelingen verdienen.

Christian de Kraker is actief bij het Alfa-college, bij het lectoraat Ondernemen in Verandering van de Hanze Hogeschool in samenwerking met het Alfa-college en bij de Universiteit van Groningen.
Sinds twee jaar heeft hij twee parallelle integratieprojecten onder zijn hoede als projectleider Vlucht Voorwaarts en Ondernemersacademie Nieuwkomers Groningen. Hij onderzoekt de ervaringen van statushouders in (Noord-)Nederland die naast hun inburgering een onderneming aan het starten zijn.

“Een leven lang leren helpt mij als persoon en om te groeien als persoon. Ik heb ontdekt dat mijn persoonlijke en professionele ontwikkeling onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dit parallelproces van zijn en leren is wie ik nu ben. Daar waar ik persoonlijk groeide, groeide ik professioneel en andersom. Ik ervaar dit bij mezelf en zie het dagelijks om mij heen. Om met de woorden van Asimov (1987) af te sluiten: ‘in life the game continues after checkmate.”

Voetnoten

(1) In dit artikel is de definitie uit het Vluchtelingenverdrag van Genève (1951) gekozen met een aanvulling van Vluchtelingenwerk (2014): ‘een vluchteling is iemand die uit gegronde vrees voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit en die de bescherming van dat land niet kan, of uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen.’ Een asielzoeker wordt een ‘vluchteling’ op het moment dat er positief op de asielaanvraag is gereageerd (Vluchtelingenwerk, 2004). Nadat er positief is gereageerd op het asielverzoek start ook de verplichte inburgering. Inburgering is ‘het proces van burger zijn en burger worden’ (Pierik, 2012).

(2) De namen in dit artikel zijn gefingeerd, voor de echte namen kunt u terecht bij de auteur.

Referenties

Campbell, J. (1949). The Hero with a Thousand Faces. New York: Pantheon Books

CBS. (2018). Uit de startblokken. Den Haag / Heerlen / Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Crainer, S. (2013). The entrepreneurial journey. Business strategy review, 24 (3), p. 18 – 25.

Granovetter, M.S. (1973). The strength of weak ties, American Journal of Sociology, 78 (6), p. 1360 – 1380.

Huizinga, R. P., & Van Hoven, B. (2018). Everyday geographies of belonging: Syrian refugee experiences in the Northern Netherlands. Geoforum, 96, p. 309 – 317.

Pierik, R. (2012). Burgerschap en Inburgering, Recht der werkelijkheid 33 (1), p. 20 – 40.

Roundy, P.T. (2016). Start-up community narratives: The discursive construction of entrepreneurial ecosystems. The Journal of Entrepreneurship, 25 (2), p. 232 – 248.

Van der Lans, J. (2012). Liever zwakke banden dan een sterk netwerk. Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Retrieved: 29-11-2019. < https://www.socialevraagstukken.nl/liever-zwakke-banden-dan-een-sterk-netwerk/>.

Vluchtelingenwerk (2014). Vluchtelingen in getallen 2014. Amsterdam: VluchtelingenWerk Nederland.

Wets, J. (2007). Wat is inburgering in Vlaanderen? Leuven: Katholieke Universiteit Leuven.