Rineke van Daalen: De kracht van het midden

“Een scherpe scheiding tussen algemeen vormend onderwijs en beroepsonderwijs is niet meer van deze tijd.”

Het is maar goed dat een sociologe als Rineke van Daalen – werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam – zich voor het onderwijs interesseert. Anders dan de gemiddelde onderwijskundige of pedagoog kijkt ze naar de werking van het onderwijs als systeem en dat leidt – bij haar en de lezer- tot veel verwondering.
Verwondering over het vmbo dat in het maatschappelijk debat wordt afgeschilderd als het ‘afvalputje’ van de samenleving, terwijl 60% van de kinderen daar naar toe gaat. In Vmbo als stigma: lessen, leerlingen en gestrande idealen (2010), beschrijft ze wat die laatdunkende houding doet met het gevoel van eigenwaarde van vmbo’ers. En wat het betekent om als 12-jarige al geselecteerd te worden voor één kolom in het onderwijs waar je vervolgens niet meer uitkomt.

In de bundel Gewoon werk: Over vakkundigheid in het verwaarloosde midden (2014), beschrijft Rineke het brede spectrum aan beroepen waarvoor vmbo’ers en mbo’ers worden opgeleid en toont ze aan dat hun beroepsuitoefening een combinatie van capaciteiten nodig heeft waarbij ‘denken’ en ‘doen’ in elkaar overlopen. De tweedeling in ‘laagopgeleid’ en ‘hoogopgeleid’ klopt niet, omdat het brede ‘midden’ van de beroepsbevolking (van bijvoorbeeld elektrotechnici tot verpleegsters) daarmee buiten beschouwing wordt gelaten. Terwijl dat de grootste groep is in ons land. Bovendien is de scherpe scheiding tussen algemeen vormend onderwijs en beroepsonderwijs in Nederland niet meer van deze tijd.

In haar derde boek Omgaan met ongelijkheid: over het oude leren en het nieuwe werken (2019) analyseert ze de plaats en de waardering van mbo’ers in een digitaliserende en globaliserende samenleving. Ze constateert dat veel onderzoekers ten onrechte veronderstellen dat voornamelijk de banen van hoger opgeleiden stand houden in de mondiale wereld. Terwijl juist op het middenniveau steeds weer nieuwe beroepen ontstaan die gekenmerkt worden door een combinatie van digitale, cognitieve en handmatige handelingen. Aan de hand van meerdere voorbeelden, zoals straatcoaches, medisch fotografen, fietsenmakers en de ontwikkelaars van museuminstallaties, toont ze aan dat veel middelbaar opgeleiden juist nodig zijn om de verbinding te leggen tussen ‘ontwerp of beleid’ en de daadwerkelijke realisatie daarvan.

In het debat over de tweedeling in het onderwijs ligt de nadruk te veel op het selectieproces aan het eind van het basisonderwijs, vindt Rineke. Ze erkent dat sociale herkomst daarbij een schrikbarend grote rol speelt, maar wie alleen de vroege selectie ter discussie stelt, denkt nog steeds dat het algemeen vormend onderwijs (havo/vwo) een betere route is dan het beroepsonderwijs. Terwijl het mbo (zeker op de niveaus 3 en 4) hoogwaardige vakmensen aflevert die er 8 jaar vervolgonderwijs op hebben zitten, die èn denken èn doen.

Deskundigheid veronderstelt theoretische beheersing en ambachtelijkheid, op welk niveau dan ook. Aan het eind van haar derde bundel stelt ze optimistisch vast dat het inzicht groeit dat er meer verbindingen nodig zijn tussen het beroepsonderwijs en het algemeen vormend onderwijs. Maar ook dat het een taaie verandering zal blijken, omdat juist het bestaande onderwijs met haar doorgeschoten differentiatie, in de egalitaire cultuur van Nederland als enige sector nog alle ruimte biedt voor doorgeslagen ‘statusstreven en distinctiedrift.’

Jeanette Noordijk begon haar loopbaan bij het Landelijk Studiecentrum voor de Volwasseneneducatie in Amersfoort. Zij gaf mede vorm aan de totstandkoming van CINOP, was directeur Lerarenbeleid en Beroepsonderwijs bij het Ministerie van OCW en was tot 2019 voorzitter van het College van Bestuur van het Koning Willem I College in ’s-Hertogenbosch.

Referenties

Van Daalen, R. (2010). Het vmbo als stigma: lessen, leerlingen en gestrande idealen. Amsterdam: uitgeverij Augustus,

Van Daalen, R. (2014). Gewoon werk: Over vakkundigheid in het verwaarloosde midden. Diemen: Uitgeverij AMB.

Van Daalen, R. (2019). Omgaan met ongelijkheid: Over het oude leren en het nieuwe werken. Brave New Books.