Vives: voorvader van de UNESCO-idealen

“Bij elke vorm van onderricht dient eerst te worden nagedacht over wat moet worden onderwezen, door wie, in welke mate, hoe en waar. ”

Juan Luis Vives (1492 – 1540) geldt als de belangrijkste Spaanse geleerde van de zestiende eeuw. Hij werd in Valencia geboren, maar bracht het grootste deel van zijn leven door in Brugge. Hij behoorde tot de kring van renaissance-humanisten rondom Erasmus en Thomas More.

Beroepsonderwijs

Van alle humanisten had Vives het meeste oog voor de onderkant van de samenleving. Handel en nijverheid brachten grote rijkdom in de steden, maar een kwart van de bevolking leefde in armoede. Vives zag het als een bron van sociale onrust en criminaliteit. Hij had weinig op met de filantropie van de kerk en particulieren, omdat dit juist bedelarij en afhankelijkheid in de hand zou werken. Hij pleitte voor gratis beroepsonderwijs van overheidswege, zodat de armen een vak konden leren om zelf hun eigen kost te verdienen. Vives stelde zelfs leerplicht voor en zo nodig gedwongen tewerkstelling. Onderwijs en werk moesten evenwel aangepast zijn aan de individuele mogelijkheden. Blinden konden bijvoorbeeld wol spinnen of manden vlechten.

Ervaringsleren

Vives had een afkeer van de middeleeuwse scholastiek waarin louter aandacht was voor logica en theologie. Hij zag meer in spel en ervaringsleren. Daar kwamen kwaliteiten aan bod als initiatief tonen, samenwerken, vindingrijkheid en onderzoek doen. “De leerling moet zich niet schamen winkels en werkplaatsen binnen te gaan en ambachtslieden vragen te stellen en zich vertrouwd te maken met de bijzonderheden van hun vak”, zo stelde hij (Geciteerd in Bakker e.a. 2010, p. 17).

Rol docent

Over de relatie tussen docent en leerling schreef hij dat deze gebaseerd moest zijn op wederzijdse waardering en respect. Van de kant van de docent diende er ook sprake zijn van genegenheid en inlevingsvermogen. Zijn rol was niet alleen die van instructeur, maar ook die van gids en begeleider. De docent had boven alles een voorbeeldfunctie, want volgens Vives draaide het leerproces voornamelijk om nabootsing.

Taalscholen

Vives beschouwde taal als de allerbelangrijkste vaardigheid. Taal was immers het instrument van de menselijke rede. Bovendien was een verenigd Europa alleen mogelijk als mensen elkaar goed zouden verstaan. Hij bepleitte daarom het oprichten van aparte taalscholen waarin naast het gebruikelijke Grieks, Latijn en Hebreeuws ook Arabisch en de diverse Europese landstalen en volksdialecten werden onderwezen.

Leven lang leren

In navolging van de Romeinse filosoof Seneca huldigde Vives de opvatting, dat we in ons leven nooit uitgeleerd raken. Het leren gaat immers door zo lang de onwetendheid duurt. Volgens Vives was “geen kennis in de natuur zo onuitputtelijk en simpel dat een sterveling er niet zijn hele leven mee bezig zou kunnen zijn” (Geciteerd in Ibáñez, 1994, p. 751).

UNESCO

Vives wordt geprezen om zijn ethische principes en zijn inzet voor een vreedzame samenleving. Hij is veel minder bekend dan Erasmus, maar dat doet niets af aan zijn grote betekenis. Hij legde mede de grondslag voor de moderne opvattingen over onderwijs, psychologie en pedagogie. Hij stond aan de wieg van een toenemende overheidsbemoeienis met onderwijs en sociaal werk. Van hem wordt dan ook gezegd dat hij veel van de idealen belichaamde die nu vijfhonderd jaar later door de UNESCO worden uitgedragen. Geheel in de geest van Vives staat in de UNESCO-beginselverklaring geschreven: “Since wars begin in the minds of men, it is in the minds of men that the defenses of peace must be constructed.”

Thomas Bersee is onderwijsadviseur bij ProBiblio, de Provinciale Ondersteuningsinstelling voor bibliotheken in Noord-en Zuid-Holland

Referenties

Maarten van der Linde (2016). Basisboek geschiedenis sociaal werk in Nederland. Amsterdam: SPW
Nelleke Bakker e.a. (2010). Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500 – 2000. Assen: Van Gorcum
Juan Luis Vives (1526; Nederlandse vertaling door Raf Debaene 2015). Over de hulp aan de armen. Zoetermeer: Klement
Chris van der Heiden (2016). In het spoor van Luis Vives’ Secours van den Aermen’ Goedertierenheid van de staat. De Groene Amsterdammer, nr. 51 – 52.
Ricardo Marín Ibáñez. Juan Luis Vives, in: Prospects: the quarterly review of comparative education Paris, UNESCO: International Bureau of Education, vol. XXIV, no. 3/4, 1994, p. 743 – 759.
Charles Fantazzi ed. (2008). A companion to Juan Luis Vives. Leiden: Brill.
Foster Watson (1913; herdruk 2014). Vives: on Education. Cambridge: Cambridge University Press