Joke Smit

“Men zou het werken van gehuwde vrouwen kunnen vergelijken met uitbreiding van het onderwijs. Beide stellen mensen in staat hun horizon te verbreden en meer geïnteresseerd te zijn in de wereld omdat ze over meer aanknopingspunten beschikken.” [1]

Joke Smit in 1974. Bron: Wikipedia

Joke Smit (1933 – 1981) werd geboren in Utrecht als oudste van zes kinderen. Haar ouders werkten beiden in het onderwijs; haar moeder diende dus voor haar als voorbeeld van een buitenshuis werkende vrouw. Joke studeerde Franse taal- en letterkunde, werkte al als werkstudent, studeerde in 1958 af. Ze was inmiddels docent in het voortgezet onderwijs, wat ze zou blijven tot 1962. Vanaf die tijd werkte ze in de journalistiek, vooral als recensente van literair werk. Van 1967 tot haar overlijden in 1981 was ze wetenschappelijk hoofdmedewerker aan het Instituut voor Vertaalkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Joke Smit heeft een belangrijke rol gespeeld voor de samenleving en de feministische beweging, maar ook voor de educatie en het onderwijs.

Boegbeeld voor de vrouw

Joke Smit werd vooral bekend door haar artikel ‘Het onbehagen bij de vrouw’ dat in 1967 verscheen in het tijdschrift De Gids. In het artikel vroeg ze aandacht voor de positie van de vrouw. Ze ging vooral uitgebreid in op de rol die de getrouwde vrouw buitenshuis, in de maatschappij en de politiek hoort in te nemen. Ze was gericht op verbinding van het persoonlijke met het maatschappelijke. Volgens haar was één van de redenen waardoor het huwelijk meer dan voorheen onder druk stond de woningnood: het nauwelijks zelf kunnen bepalen waar je wilt wonen, waardoor het minder mogelijk is bij familie en vrienden in de buurt te wonen. Dit is vooral voor vrouwen nadelig; mannen gaan overdag de deur uit naar hun werk en hun piekerende vrouwen blijven binnenshuis achter.

In 1968 richtte ze samen met Hedy d’Ancona actiegroep Man Vrouw Maatschappij (MVM) op. Het unieke van MVM was dat het niet alleen een organisatie was voor vrouwen met het oog op hun emancipatie maar dat ook mannen er lid van konden worden: niet alleen vrouwen maar de hele samenleving moest veranderen. De oprichting van MVM is te beschouwen als het begin van de tweede feministische golf, met veel feministische initiatieven.

Wat mij zeer aanspreekt is de rol van Joke Smit als bruggenbouwer, de wijze waarop zij gestalte geeft aan het algemeen belang voor iedereen: de hele samenleving veranderen. Ze probeerde bruggen te bouwen tussen beleid en uitvoerend niveau en mensen bij elkaar te brengen in tijden van polarisatie en onbegrip. Ze heeft oog voor de positie van arbeiders die evenmin als vrouwen tot de gevestigde orde behoren. Ze verantwoordt dat ze werkt aan de positie van de vrouw en daarmee feminisme boven socialisme stelt omdat werken aan de zwakste schakel, vrouwen, op dat moment voorop staat.

Aandacht voor educatie van de vrouw

Mannen mochten van haar deelnemen aan onderwijsvoorzieningen voor vrouwen maar wel onder de condities die specifiek voor vrouwen mogelijk waren gemaakt. Joke Smit bleef de wereld van de oudere vrouwenorganisaties verbinden met de nieuwe vrouwenbeweging. Ze betrok de oudere vrouwenorganisaties bij het creëren van nieuwe activiteiten voor vrouwen. Dat geldt ook voor de politieke partijen waar haar wens tot een Kamerbreed vrouwenoverleg waaraan alle politieke partijen deel hoorden te nemen, werkelijkheid werd, maar in de huidige tijd niet meer bestaat.
Joke Smit gaf weliswaar haar raadslidmaatschap op maar dat betekende niet dat ze politiek en beleid achter zich liet, integendeel. Ze schreef in 1973 als lid van de COVO ( Commissie Vormings- en Ontwikkelingswerk voor Volwassenen) een beleidsnota voor scholing en vorming voor vrouwen met voorstellen waarvoor in en buiten het vormingswerk brede belangstelling bestond. De Commissie zelf was er ook zo tevreden over dat ze de beleidsnota breed verspreidde. Dit succes vormde aanleiding voor Joke Smits benoeming tot de Commissie Open School van 1974 – 1976. Ze kreeg het voor elkaar dat er aparte proefprojecten voor vrouwen kwamen. Ook was ze enkele jaren lid van de Onderwijscommissie van de SER. Ze muntte de term ‘emancipatiebeleid’ en werd lid van de Emancipatiecommissie, van 1974 tot 1981.

DE BELEIDSNOTA OVER SCHOLING EN VORMING VOOR DE ‘VROUW’

Zoals gezegd viel de beleidsnota scholing en vorming in brede kring in goede aarde. De nota behandelde alle aspecten van beleid tot en met de wijze van uitvoering van het werk. Vooral het directe, ‘zeggen waar het op staat’-taalgebruik – in tegenstelling tot het vaak versluierende beleidstaalgebruik – met de praktische vertaling en uitwerking zal veel mensen hebben aangesproken. De tijd was er rijp voor; er ontstonden in die tijd veel initiatieven voor vrouwen, waaronder in 1972 de VOS-cursussen (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving) zowel in internaatsverband als lokaal. Al kort na haar overlijden werd in haar woonplaats Amsterdam de scholengemeenschap voor volwassenen naar haar genoemd, nu Joke Smit College voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (onderdeel van het ROC). Dat was een teken dat ze haar sporen had verdiend.

© volwassenenleren.nl (2022)

Margreeth Broens is andragoloog met als specialisatie volwasseneneducatie, werkzaam als adviseur en onderzoeker op het terrein van het sociaal domein en bestuurslid bij de Kring andragologie van de UvA en stichting Learn for Life.

Noten

Smit, J. (1984). Er is een land waar vrouwen willen wonen. p.41

Referenties

Joke Smit College. Retrieved: 31-10-2022. https://jokesmitcollege.nl/

Smit, J. (1967). Het onbehagen bij de vrouw. In: Er is een land waar vrouwen willen wonen, p. 15 – 42. Oorspronkelijk verschenen in: De Gids, jaargang 130, No. 9-10.

Smit, J. (1975), De moeder van Marie kan méér! Een nota over scholing en vorming voor de ‘vrouw’. In: De moeder van Marie kan meer; gebundelde artikelen 1971 -1975, Utrecht: Bruna.

Smit, J. (1984). Er is een land waar vrouwen willen wonen; teksten 1967 – 1981 (Samenst. J. de Wildt & M. Harbers). Amsterdam: Sara.

Van der Linde, M. & Frieswijk, J. (2013). De volkshogeschool in Nederland, 1925 – 2010. Hilversum: Verloren.