Sociaal leren

Bij sociaal leren gaat het volgens Wildemeersch (1997/1998) om leren in interactie met anderen. Mensen proberen samen oplossingen te zoeken voor de problemen of uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd (Wildemeersch, 1997/1998). Tijdens het sociaal leerproces staan interactie, contact met de omgeving en een veilig leerklimaat centraal. Onder andere Jansen (1999) heeft het model van sociaal leren verder uitgewerkt en aangegeven dat het sociaal leren volgens vier ‘assen’ verloopt:

  1. Iemand ervaart een deficiëntie en wil actie ondernemen om competenter te worden.
  2. Iemand probeert door een samenwerking aan te gaan de dissensus die hij of hij met de omgeving ervaart om te zetten in een consensus.
  3. Iemand reflecteert samen met de omgeving kritisch op de nieuwe situatie.
  4. Iemand brengt op eigen kracht communicatie met zijn of haar omgeving op gang om het nieuwe perspectief onderdeel te maken van zijn of haar leven.

Sociaal leren kan worden toegepast in leersituaties die met werk te maken hebben. Figuur 1 geeft een uitgewerkt voorbeeld van het model voor sociaal leren bestaande uit zes stappen die over twee fasen verdeeld zijn.

In fase 1 wordt in drie stappen het verleden verwerkt om in fase 2 in drie stappen de toekomst te kunnen verkennen. Iemand kan bijvoorbeeld een andere baan willen krijgen, maar weet eigenlijk niet wat hij wil veranderen in zijn werksituatie. Door terug te kijken op de huidige baan en welke beperkingen en mogelijkheden daarbij horen, gaat hij zich bezinnen op een nieuwe invulling van zijn werk (stap 1). Hierbij worden een aantal onderscheidende negatieve en positieve ervaringen in kaart gebracht (stap 2). Vervolgens bekijkt hij wat hij met het werk in het eigen leven zou willen (stap 3). Aansluitend worden in samenspraak met de omgeving opties voor een nieuw aanbod bepaald (stap 4) om vervolgens gezamenlijk te bepalen wat de meest realistische en gewenste opties zijn (stap 5). Uiteindelijk wordt met de omgeving bekeken welke optie het meest van betekenis is en wat voor een betekenis en consequenties de gekozen optie heeft (stap 6). Dit gehele proces gebeurt in interactie met de omgeving. Een persoon ondergaat in samenspraak met de omgeving een leerproces om de eigen praktijk te kunnen verbeteren.

 

Referenties

Jansen, T. (1999), Sociaal leren, naar een actieve maatschappelijke participatie van deelnemers in het sociaal-cultureel werk. NIZW, Utrecht.

Wildemeersch, D. (1997/98) “Paradoxes of Social Learning: Towards a Model for Project Oriented
Group Work”, RUCNYT 3 (3).