In juli 2025 is het Portfolio Nederlands 1F en 2F Volwasseneneducatie (met betrekking tot lezen, schrijven, spreken, gesprekken voeren en luisteren) goedgekeurd door Certiforce, een certificerende instantie voor examens in het mbo. Dit Portfolio Nederlands 1F en 2F Volwasseneneducatie zal vanaf 2026 in samenspraak met de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie van de Vrije Universiteit Brussel, beschikbaar komen en worden beheerd door het Consortium Beroepsonderwijs. Een ontwikkeling waarop ook de Onderwijs Inspectie positief reageert. Over de betekenis hiervan en de aanloop hiertoe gaat onderstaand artikel.
Als initiatiefnemers en stuwende krachten achter het Portfolio Nederlands 1F en 2F Volwasseneneducatie, zijn wij buitengewoon blij met de certificering door Certiforce en de uitgave ervan door het Consortium Beroepsonderwijs. Het portfolio is door de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie in samenwerking met de afdelingen Educatie van een groot aantal ROC’s ontwikkeld door Mieke de Haan en Marga Tubbing onder de bevlogen leiding van Jonne van Diggele. De weg hiernaartoe was uitdagend en vol obstakels, maar het resultaat mag er wezen.
Aanleiding
Al jarenlang geven docenten aan dat de wijze van toetsing niet altijd passend is voor de deelnemers volwasseneneducatie. Allereerst vindt een groot aantal deelnemers het spannend om een toets te maken. Ten tweede blijkt de toets niet altijd de lading te dekken van wat er getoetst moet worden. Deelnemers in de volwasseneneducatie volgen taaltrajecten, omdat ze hun taal in de praktijk willen verbeteren. Ze willen een sollicitatiebrief kunnen schrijven, de veiligheidsregels op het werk kunnen lezen, een goed gesprek met de huisarts kunnen voeren of beter begrijpen wat iemand tegen zegt. Of ze dat in de praktijk in verschillende omstandigheden (op het werk en in de privésituatie) ook daadwerkelijk kunnen, kun je in feite niet afleiden uit één enkele score van een schriftelijke toets. Ten derde wordt in veel gevallen een toets gebruikt die in principe ontwikkeld is voor de inburgering, en deze is niet passend voor de brede groep volwassenen die deelnemen aan een leertraject, gericht op 1F of 2F, gefinancierd vanuit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Daarom heeft de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie voor Nederlands op de vijf ‘taaldomeinen’ een portfolio ontwikkeld, dat ingezet kan worden om Nederlands onder volwassenen te examineren.
Voor wie?
Het Portfolio Nederlands 1F en 2F Volwasseneneducatie is er zoals eerder aangegeven voor alle volwassen deelnemers die deelnemen aan een leertraject vanuit de WEB. Dat zijn dus volwassenen die Nederlands als moedertaal of schooltaal (primair onderwijs en/of secundair onderwijs) in het Nederlands hebben en dat kunnen ook deelnemers zijn die na hun inburgeringstraject hun taalvaardigheden in het Nederlands willen verbeteren. Het gaat hier dus niet om inburgeraars.
De werkwijze van het portfolio sluit aan bij de resultaten van een literatuuronderzoek van de Vrije Universiteit Brussel. Hierin is onderzocht wanneer leren in de volwasseneneducatie effectief en succesvol is. Uit dit onderzoek blijkt dat het leerproces voor volwassenen effectief is als de deelnemer zelf, zijn of haar ervaringen en eigen praktijk centraal staan. Dat geldt voor het gehele onderwijsproces waarvan toetsing en examinering onderdeel zijn.
Drie succesvolle vormen van leren voor volwassenen: het PEP-model
Volwassenen gaan leren omdat ze hun kennis en vaardigheden willen ‘oppeppen’. Ze willen een betere plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt krijgen. Om de ‘oppepper’ succesvol te laten zijn, moet een leertraject voor volwassenen uit een mix van drie leervormen bestaan: Persoonsgericht leren, Ervaringsgericht Leren en Praktijkgericht Leren.
Persoonsgericht leren bevordert het leersucces, omdat de docent afstemt op de behoeften, mogelijkheden en leefsituatie van de deelnemer. Aansluiting bij vastgestelde behoeften van deelnemers is belangrijk. Een expliciete link met taalmomenten in het dagelijks leven van de deelnemers kan voor leerwinst zorgen (Benseman et al., 2005). Dit bevordert ook de motivatie. Zo blijken volwassen deelnemers bijvoorbeeld gemotiveerder om een taak te volbrengen als die gerelateerd is aan persoonlijke thema’s zoals menselijke relaties, uitdagingen in het leven en persoonlijke groei (Cooke, 2006).
Ervaringsgericht leren zorgt voor voldoende oefenmomenten en hier is het van belang dat er authentieke leermateralen en -activiteiten worden ingezet. Zo kan bijvoorbeeld het buitenschools taalcontact het leersucces bevorderen. Voor zowel NT1- als NT2 deelnemers moet meer tijd worden besteed aan de communicatieve kant van de taal, waarbij de deelnemer en zijn of haar beheersingsniveau centraal staan (Dalton-Puffer, 2019). Deelnemers hebben dan baat bij alledaagse contacten. Het is belangrijk dat deelnemers lang oefenen in veel verschillende contexten met uitdagende oefenkansen (De Paepe, et al., 2019). Ook moeten de leeractiviteiten zelf ervaringsgericht zijn en moet er voldoende interactie met andere deelnemers zijn. Onderzoek laat zien dat met name coöperatief leren, Team Based Learning, de Flipped Classroom en de Total Phyiscal Response ervoor kunnen zorgen dat het leersucces wordt bevorderd.
Praktijkgericht leren zorgt voor leersucces als de praktijk van de deelnemer centraal staat. Onderzoek onder 995 volwassen deelnemers aan trajecten basisvaardigheden bevestigt dat het toepassen van het geleerde in de eigen praktijk een van de meest belangrijke factoren voor leersucces is (Lupi et al., 2010). Als de focus in het onderwijs bijvoorbeeld ligt op het leren van grammatica, kan er een mismatch zijn met het leerdoel van de deelnemer. De transfer naar situaties buiten de les wordt dan bemoeilijkt (Currie en Cray, 2004). De transfereffecten zijn beter als de docent aan de volwassen taalleerders laat zien wat de relevantie is voor hun dagelijks leven en hoe ze het geleerde daarin kunnen toepassen.
Het leren van volwassenen is dus succesvol als het PEP-model wordt toegepast: Persoonsgericht – Ervaringsgericht – Praktijkgericht.
Een andere manier van toetsing
Volwassenen moeten instructies op de werkvloer kunnen lezen, een bericht kunnen schrijven aan de docent van de kinderen, een gesprek kunnen voeren met mensen in de eigen omgeving of naar teamleden kunnen luisteren en op sommige momenten iets in het openbaar (durven) zeggen. Zij moeten de taal dus vooral kunnen beheersen in concrete situaties. Het sec eenmalig ‘aftoetsen’ of een volwassene de verschillende afzonderlijke domeinen beheerst, geeft geen adequaat beeld. De beheersing van de vijf verschillende taalvaardigheden kan beter worden geëxamineerd met een portfolio, zoals Joosten – ten Brinke (2022) aangeeft in een artikel dat eerder op deze website is gepubliceerd (https://volwassenenleren.nl/toetsen-beoordelen-en-evalueren-van-het-leren-van-volwassenen/). Het PEP-model geeft richtlijnen om de taalvaardigheden op zo’n manier te examineren, dat daarbij de praktijk centraal staat. De opdrachten waarmee deelnemers in het examenportfolio te maken krijgen zouden zo uit hun eigen leefsituatie kunnen komen.
Hoe werkt het?
Het portfolio dat door de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie is ontwikkeld is een examenportfolio. Het examineert op de niveaus 1F en 2F, op alle vijf de taalvaardigheden. Deelnemers maken opdrachten die met elkaar het bewijs vormen dat zij het gewenst niveau voor een vaardigheid beheersen. Het portfolio is enigszins flexibel:
- De deelnemer kan zelf bepalen wanneer hij of zij klaar is om voor een bepaalde vaardigheid een of meerdere examenopdrachten te maken (Van Diggele et al, 2025a)
- Er zijn opdrachten voor de verschillende contexten waarin volwassenen leven en werken en de deelnemer kan die opdrachten kiezen die bij zijn of haar leefwereld passen.
De keuze voor een context is niet van invloed op de validiteit, betrouwbaarheid of moeilijkheidsgraad, omdat de opdrachten allemaal tot eenzelfde eindterm binnen een vaardigheid behoren en aan een aantal eisen voldoen (Van Diggele et al., 2025a). Er zijn zes uitgangspunten die centraal staan bij het examenportfolio, te weten: (1) keuze voor een context die gelieerd is aan een privé- of werksituatie, (2) gelijkwaardigheid van de opdrachten gezien tijd, lengte, weging, cesuur en eindtermen, (3) uniformiteit in beoordelingscriteria, (4) gelieerd aan niveau 1F of 2F, (5) per vaardigheidsexamen meerdere opdrachten met een cesuur en vaste scoretabel en (6) gestandaardiseerde opdrachten bestaande uit instructie, vragen en een antwoord- en scoremodel (Van Diggele et al., 2025a). Op basis van de richtlijnen van het PEP-model hebben de deelnemers zich de verschillende vaardigheden kunnen eigen maken.
Het ontstaan
Het portfolio is deels geïnspireerd op een portfolio dat de School voor Educatie en Inburgering van Yonder had ontwikkeld. Deze opdrachten zijn uitgetest onder deelnemers bij afdelingen Educatie van verschillende ROC’s. Het bleek dat op basis van deze resultaten er eerst een visie op examinering met bijbehorende procedures moest worden vastgesteld en dat het instrument en later ook de opdrachten moesten aansluiten bij de Standaarden en eindtermen ve. Hierbij is ondertussen ook al rekening gehouden met de ‘Herijking van de nieuwe Taaleisen in het MBO’ (https://open.overheid.nl/documenten/877c00f3-9558-487a-b101-cf65d935c5e7/file), zodat het ook daarop kan aansluiten. Uiteindelijk zijn er nieuwe opdrachten ontwikkeld en is het portfolio gecertificeerd door Certiforce. Het portfolio wordt beheerd en uitgegeven door het Consortium Beroepsonderwijs. Zie hiervoor hun website (https://www.consortiumbo.nl/).
Passende examinering voor volwassenen
Ook volwassenen hebben de wens om na een succesvolle deelname aan een leertraject een diploma te kunnen behalen. Voor een groot aantal van hen is dat een mijlpaal, een succes dat zij vaak niet hebben ervaren in het initiële onderwijs. Het portfolio past bij de wensen om ‘praktisch gebruik van taal’ te willen toetsen, bij de behoefte van volwassenen aan een bepaalde mate van regie in het leren én examineren en de noodzakelijkheid van passende en betrouwbare examens met een civiel effect (Van Diggele, 2025b). Met dit portfolio is dat gegarandeerd.
© volwassenenleren.nl (2026)
Mieke de Haan studeerde sociale pedagogiek aan de Universiteit Utrecht en de opleiding Master of Learning and Development bij TIAS, de business school van Tilburg University. Ze werkte als docent in het basis- en beroepsonderwijs, in managementfuncties in het VO en het ROC, als zelfstandig adviseur en de laatste 15 jaar als adviseur in dienst van de MBO Raad. Daar had zij educatie en inburgering in haar portefeuille, maar ook was ze nauw betrokken bij de ontwikkeling van de Entree opleiding. Op dit moment is zij als onbezoldigd medewerker van de VUB betrokken bij de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie.
“Ik leer nog elke dag, heb er vele mogelijkheden voor en ik geniet daarvan. Maar ik realiseer me maar al te goed dat dat een bevoorrechte positie is. Niet voor iedereen zijn er die mogelijkheden en niet iedereen kan zeggen dat ‘ie ervan geniet’. Ik wil me er dan ook voor blijven inzetten om ervoor te zorgen dat dat voor steeds meer mensen wel mogelijk wordt.”
Maurice de Greef is leerstoelhouder van de UNESCO leerstoel Volwasseneducatie aan de Vrije Universiteit Brussel en hoofdonderzoeker van Artéduc. Momenteel is hij landelijk en in Europa vooral bekend door zijn succesvolle impactonderzoek van volwasseneneducatie. Hij is verantwoordelijk voor het eerste onderzoeksmodel betreffende de impact en succesfactoren voor scholing van laag- en middelbaaropgeleiden. Hierin heeft hij veel onderzoek gedaan naar de impact op de sociale inclusie en arbeidsmarktpositie van deze deelnemers mede in samenwerking met het sociale domein en de ervaringsdeskundigen zelf, waarin deelnemers betrokken waren.
“Er moet altijd een kans zijn om nieuwe dingen te leren voor je werk of voor je leven hoe oud je ook bent.”
Referenties
Benseman, J., Sutton, A. & Lander, J. (2005). Working in the light of evidence, as well as aspiration. A literature review of the best available evidence about effective adult literacy, numeracy and language teaching. Auckland, New Zealand: Ministry of Education.
CINOP. (2012). Standaarden en eindtermen ve. ‘s-Hertogenbosch: CINOP.
Cooke, M. (2006). “When I wake up I dream of electricity”: The lives, aspirations and ‘needs’ of Adult ESOL learners. Linguistics and Education 17, p. 56-73.
Currie, P., & Cray, E. (2004). ESL literacy: language practice or social practice? Journal of Second Language Writing, 13(2), 111-132.
Dalton-Puffer, C., Boeckmann, K.B. & Hinger, B. (2019). Research in language teaching and learning in Austria (2011 – 2017). Language Teaching, 52, 201-230.
De Paepe, L., De Maa, J. & Teepe, R. (2019). Trendanalyse: Een analyse van de trends en hiaten in het onderzoek en beleidsadvisering over de taalverwerving Nederlands als tweede taal van de afgelopen 15 jaar in Nederland en Vlaanderen. Den Haag: Nederlandse Taalunie.
Joosten – ten Brinke. (2022). Toetsen, beoordelen en evalueren van het leren van volwassenen. Retrieved: 12-01-2026. < https://volwassenenleren.nl/toetsen-beoordelen-en-evalueren-van-het-leren-van-volwassenen/>.
Lupi, C., De Greef, M., Segers, M. & Verté, D. (2011). Does adult education make a difference? Maastricht: EDAM.SLO. (2009). Referentiekader taal en rekenen: De referentieniveaus. Enschede: SLO.Van Diggele, J., Tubbing, M., De Haan,
M. & De Greef, M. (2025a). Examenportfolio Nederlands 1F en 2F Volwasseneneducatie: Verantwoordingsdocument. Brussel: Vrije Universiteit Brussel.Van Diggele, J., Tubbing, M., De Haan, M. & De Greef, M. (2025b). Examenportfolio Nederlands 1F en 2F Volwasseneneducatie: Visiedocument. Brussel: Vrije Universiteit Brussel.