Kwetsbare groepen:
tussen eigen kracht en maatschappijverandering

In onderstaand artikel laat Thomas Bersee zien hoe het woord kwetsbaar aan belang heeft ingeboet, in die zin dat zo ongeveer iedereen wel tot een kwestbare groep behoort. In 2001 behoorden zo’n 60.000 mensen tot deze groep. Inmiddels zijn het er ruim 4 miljoen. Wat zegt dit nog en wat doe je ermee? In de volwasseneneducatie leren kwetsbare mensen hun kennis en vaardigheden uit te breiden en zo hun eigen positie te verstevigen. Belangrijk en waardevol maar er zijn ingrijpende veranderingen nodig. Ons maatschappelijk systeem creëert zijn eigen kwestbaren. Er wringt iets als de oplossing alleen op het bordje van het individu komt te liggen.

Het motto van het Coalitieakkoord 2021 – 2025 luidt ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. In de tekst komt het woord ‘kwetsbaar’ 18 keer voor. Dit in tal van combinaties: kwetsbare mensen, kwetsbare jongeren, kwetsbare ouderen, kwetsbare wijken, vrouwen in een kwetsbare situatie, mensen die financieel kwetsbaar zijn, maar ook gewoon ‘kwetsbaren’ zonder enige toevoeging. Enkele jaren terug wees een taalkundig bevolkingsonderzoek uit dat 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen met het woord bekend zijn. De digitale versie van het Van Dale-woordenboek geeft als hoofdbetekenis ‘vatbaar voor verwonding of ander onheil’ (WikiWoordenboek, 2022). Verwante termen zijn ‘teer’, ‘broos’, ‘gevoelig’ en ‘zwak’. Kwetsbaar impliceert iets waardevols dat extra zorg en bescherming behoeft.

Risicojongeren

Kwetsbaar is van oudsher een Nederlands woord, maar werd tot voor het einde van de vorige eeuw zelden gebruikt. Zwakke handelsposities en militaire stellingen werden ermee aangeduid en de spelsituatie in het kaartspel Bridge als winst- en verliespunten dubbel tellen. Daarna duikt het op in tal van academische disciplines zoals in de natuurkunde, de ecologie, de rampenstudies en de mens- en maatschappijwetenschappen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd in Vlaanderen vanuit de criminologie de zogeheten ‘theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid’ ontwikkeld (Vettenburg et al., 1984). Kwetsbare mensen zouden een opeenstapeling van kwetsuren hebben ten gevolge van negatieve ervaringen met maatschappelijke instellingen en overheidsorganisaties. Risicojongeren zouden daarvan een typisch voorbeeld zijn. Zij halen weinig uit het onderwijs, maar lopen er juist in vast en houden er een negatief zelfbeeld van over. Zij worden extra hard geconfronteerd met normerende, controlerende en sanctionerende maatregelen vanuit school en andere maatschappelijke instanties. Op de arbeidsmarkt zijn ze niet gewild en hun carrièrekansen liggen vooral in de criminaliteit.

Uitvallers

De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) publiceerde in 2001 het adviesrapport ‘Kwetsbaar in kwadraat: krachtige steun aan kwetsbare mensen’ (RMO, 2011). Het aantal sociaal kwetsbare mensen werd geschat op 60.000. In het beleidsjargon van destijds zou het gaan om ‘verkommerden en verloederden’ of ‘maatschappelijk marginalen’ die door geen enkele instantie van de verzorgingsstaat werden bereikt. Het betrof vooral zwervers en verslaafden met psychiatrische problemen en thuisloze, mishandelde en verwaarloosde jongeren. Volgens de raad konden mensen door tal van oorzaken kwetsbaar worden, maar altijd zou sprake zijn van een cumulatie van factoren: van het verlies van een dierbare tot schulden en werkstress. Het proces waardoor iemand kwetsbaar wordt, viel te vergelijken met een draaikolk: je zakt steeds dieper weg en geen reddingslijn kan je nog bereiken. Voorts beklemtoonde de raad dat onze maatschappij haar eigen uitvallers creëert vanwege de werking en inrichting van maatschappelijke systemen, instituties en voorzieningen. Dat zou gelden voor het onderwijs en voor de arbeidsmarkt, maar ook voor de hulpverlening.

Zelfredzaamheid

Sindsdien is het aantal kwetsbare mensen exponentieel toegenomen. Ons land telt heel wat kennisinstellingen, expertisecentra en onderzoeksbureaus in het sociaal domein: Movisie, het Nederlands Jeugdinstituut (NJI), het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud), Pharos, het Trimbos-instituut en het Verwey-Jonker Instituut, om er een paar te noemen. Op hun websites levert het woord kwetsbaar oneindig veel treffers op. De definitie van kwetsbaar is allengs flink opgerekt. In 2010 verscheen vanuit Movisie de brochure ‘Kwetsbare groepen in beeld’. Kwetsbare groepen werden losjes omschreven als “groepen van wie de deelname aan de samenleving niet vanzelfsprekend is” (Movisie, 2010). Vooral de volgende mensen liepen risico: mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking; met lichte opvoed- en opgroeiproblemen; met psychische en psychosociale problemen; met materiële problemen; mensen die betrokken zijn bij huiselijk geweld; mensen die uitgestoten (dreigen te) worden wegens hun seksuele oriëntatie en mensen die kampen met meervoudige problematiek. Allochtone ouderen werden nog eens specifiek benoemd. Alles bij elkaar opgeteld, toch gauw een paar miljoen mensen. De Movisie-brochure markeert de overgang van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. In het RMO-rapport stond het falen van de overheid voorop, nu moest de oplossing bij de mensen zelf gezocht worden. De ondersteuning diende vooral gericht te zijn op het versterken van de eigen kracht (empowerment), het bevorderen van de zelfredzaamheid, het opbouwen van een sociaal netwerk en het activeren tot participatie.

Begripsinflatie

In de coronacrisis werd het woord kwetsbaar zo kwistig gebruikt, dat het goeddeels aan onderscheidende betekenis verloor. Kwetsbaar waren de ouderen, de zwangere vrouwen, en de mensen met overgewicht of een onderliggende aandoening. Daarnaast werden ook de jongeren als kwetsbaar bestempeld omdat zij door de lockdown werden gestoord in hun psychosociale ontwikkeling en daar hun hele leven last van zouden hebben. Voorts waren er de (v)mbo-leerlingen die geen praktijklessen of beroepsstage konden volgen, de kinderen die niet door hun ouders geholpen konden worden bij hun schoolwerk en ook nog eens alle kinderen in groep 8 vanwege de kritische overgangsfase van basisschool naar middelbaar onderwijs. In de categorie kwetsbaar vielen ook de mensen die niet thuis konden werken, mensen met een contactberoep, mensen met laagbetaald en onzeker werk, mensen met een gespannen thuissituatie of in een onaantrekkelijke woonomgeving en nog tal van andere groepen (Movisie, 2021; SCP, 2021a). Mensen die toch al kwetsbaar waren, werden nog eens extra kwetsbaar en mensen die niet zo kwetsbaar leken, bleken nu toch ook kwetsbaar.


Kwetsbaarheid in cijfers: Enkele voorbeelden

  • 4,5 miljoen mensen (15 – 75 jaar) zijn laagopgeleid (35%). Min van OCW, 2021;
  • 3 miljoen huishoudens hebben moeite met rondkomen (38%). Nibud, 2022;
  • 513 duizend huishoudens (zo’n 1 miljoen mensen van wie 221 duizend kinderen) leven in armoede (6,8%). CBS, 2021;
  • 37 duizend huishoudens (93.000 mensen) kregen in 2020 voedselhulp vanuit de Voedselbank. Voedselbank, 2021;
  • 1,7 miljoen mensen (15 -75 jaar) hebben een arbeidshandicap (7,5%). CBS, 2016;
  • 1,2 miljoen mensen (16 jaar en ouder) zijn jaarlijks slachtoffer van huiselijk geweld. CBS, 2020;
  • 429.215 jongeren tot 23 jaar maken gebruik van de jeugdzorg (9,7%). NJI, 2020;
  • 2 miljoen volwassenen zijn verslaafd. Voor meer dan driekwart van de gevallen gaat het om de legale middelen alcohol, tabak en slaap- en kalmeringsmiddelen. Jellinek, 2016;
  • 526.000 mensen met een depressieve stemmingsstoornis zijn bij huisarts bekend. VZinfo, 2022;
  • 215.000 mensen hebben een ernstig psychiatrische aandoening (epa). Vektis, 2022.

Responsieve overheid

Een van de bekendste kwetsbaarheidstheoretici is de Amerikaanse rechtsgeleerde Martha Fineman (Emory University, 2022; Fineman, 2004; 2008; 2012). Haar specialisatie is feministische rechtstheorie en familierecht. Volgens Fineman is kwetsbaarheid een universele ervaring, in de zin dat iedereen kwetsbaar is. Ons leven is fragiel, we hebben een stoffelijk lichaam en uiteindelijk krijgt iedereen te maken met gebreken, ziekte en dood. Mensen hebben de morele plicht om voor elkaar te zorgen. Vooral in de kindertijd en de ouderdomsjaren zijn we afhankelijk van anderen. In de Westerse politieke denktraditie is evenwel individuele autonomie de norm geworden, met als referentie de zelfstandige, rationele, gezonde, volwassen witte heteroman in de kracht van zijn leven. Volgens Fineman is het misleidend om te spreken van ‘kwetsbare groepen’ omdat dit ten onrechte de indruk zou wekken dat mensen die niet binnen een aanwijsbare kwetsbare categorie vallen, onkwetsbaar zouden zijn. Niettemin zijn er verschillen tussen mensen in de mate en wijze van kwetsbaarheid. De neoliberale ideologie van de laatste decennia, met daarbij de nadruk op eigen kracht en zelfredzaamheid, zou die verschillen extra hebben versterkt. Fineman staat een ‘responsieve overheid’ voor die de gelijkheid tussen mensen bevordert. Dit door ervoor te zorgen dat de middelen die nodig zijn om veerkrachtig en minder afhankelijk te zijn, eerlijk worden verdeeld.

Kapitaalbenadering

Fineman hanteert de zogeheten kapitaalbenadering voor het in beeld brengen van maatschappelijke kwetsbaarheid. Mensen worden ingeschaald op basis van de hulpbronnen waarover zij beschikken. Het gaat daarbij om economisch, sociaal, cultureel en persoonskapitaal:

  • Economisch kapitaal: opleiding, arbeidsmarktpositie, inkomen en vermogen.
  • Sociaal kapitaal: steun door familie, vrienden en kennissen, vertrouwensrelaties, nuttige contacten en het professionele netwerk.
  • Cultureel kapitaal: leefstijl, maatschappelijke codes, taalbeheersing, culturele smaak, vrijetijdsbesteding, buitenlandse reizen, talenkennis, belezenheid en mediawijsheid.
  • Persoonskapitaal: fysieke en mentale gezondheid, levenservaring, verworven en aangeboren eigenschappen zoals intelligentie, voorkomen, talent, karakter en zelfbeeld.

Nederland volgens de kapitaalladder

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) hebben met de kapitaalbenadering de Nederlandse bevolking ingedeeld in zes volksklassen:

  • gevestigde bovenlaag (15%)
  • jonge kansrijken (13%)
  • comfortabel gepensioneerden (17%)
  • werkende middengroep (27%)
  • onzekere werkenden (14%)
  • en achterblijvers (15%).

Onderaan de kapitaalladder staan de onzekere werkenden en de achterblijvers (bij elkaar 29% = ruim 4 miljoen volwassenen). Laagopgeleiden, mensen met een laag inkomen en mensen met een niet-westerse achtergrond zijn erin oververtegenwoordigd. Bij de onzekere werkenden gaat het vooral om dertigers en jonge (eenouder)gezinnen, en bij de achterblijvers om ouderen. Zij kampen veelal met een meervoudige problematiek. Hun hulpbronnen zijn gering, inclusief een mindere gezondheid, een lagere levensverwachting en weinig sociale contacten voor ondersteuning. Bestaansonzekerheid is er ook in andere groepen. Dit vooral in de werkende middengroep bij mensen met een mbo-opleiding in een verzorgend, dienstverlenend of administratief beroep. Indien ook het kwetsbare deel van de werkende middengroep wordt meegerekend, dan kom je uit op 40% van de Nederlandse bevolking met een risico op maatschappelijke kwetsbaarheid (= ruim 5,5 miljoen volwassenen, en indien minderjarige kinderen meegerekend bijna 7 miljoen mensen) (SCP, 2021b; SCP-WRR, 2014; WRR, 2017a).


Institutionele verandering

Het SCP en de WRR concluderen dat zo’n 30% van de Nederlandse bevolking te maken heeft met een opeenstapeling van problemen op het gebied van werk, rondkomen, gezondheid, veiligheid, wonen en onderwijs (SCP, 2021b; SCP-WRR, 2014; WRR, 2017a). Dit komt neer op ruim 4 miljoen volwassenen die als ‘maatschappelijk kwetsbaar’ kunnen worden aangemerkt. Bestaansonzekerheid is een dominant thema in hun leven. Volwasseneneducatie heeft een positieve impact op welzijn, redzaamheid en participatie en draagt daarmee bij aan de empowerment van mensen (De Greef, 2012; De Greef et al., 2021). Maar dit is slechts een deel van de oplossing. Het Coalitieakkoord reflecteert het inzicht dat de participatiesamenleving minder goed heeft uitgepakt dan gehoopt. De verwachtingen omtrent de eigen kracht en zelfregie waren te hoog gegrepen (SCP, 2020; WRR, 2017b). Het besef groeit dat de voorwaarden om gelijkwaardig en volwaardig te kunnen participeren in de samenleving en gezond te kunnen leven, op institutioneel niveau moeten worden gewaarborgd: in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, in de huisvesting, in de hulpverlening en in de zorg. Dit vergt – om met Fineman te spreken – een eerlijke verdeling van middelen. Een structurele versterking van de volwasseneneducatie hoort daarbij.

Thomas Bersee is zelfstandig adviseur volwasseneneducatie. Hij was werkzaam bij Cinop, Cubiss en Probiblio.

Referenties

De Greef, M. (2012). The influence of adutl education on the increase of social inclusion: De invloed van de volwasseneneducatie op de toename in sociale inclusie [Proefschrift]. Maastricht: Universitaire Pers Maastricht.

De Greef, M., De Haan, M. & Brugman, M. (2021). Noodzaak van volwasseneneducatie voor iedereen. Advies van de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie. Brussel: Vrije Universiteit Brussel.

Emory University. (2022). Mission for The Vulnerability and the Human Condition Initiative. Retrieved: 26-04-2022. https://web.gs.emory.edu/vulnerability/

Fineman, M. (2004). The Autonomy Myth. A Theory of Dependency. New York: The New Press.

Fineman, M. (2008). The Vulnerable Subject: Anchoring Equality in the Human Condition, in: Yale Journal of Law and Feminism, Vol 20, nr 1. Retrieved: 26-04-2022. 20_yale_j.l.___feminism_1__.pdf (emory.edu)

Fineman, M. (2012). Vulnerability and the Human Condition. A Different Approach to Equality. Video van gastlezing aan University of British Columbia, Vancouver. Retrieved: 26-04-2022. https://www.youtube.com/watch?v=seC6hqnpkPU

Movisie (2010). Kwetsbare groepen in beeld. Projecten, trainingen en publicaties. Retrieved: 26-04-2022. https://www.movisie.nl/publicatie/kwetsbare-groepen-beeld

Movisie (2021). Hoopvol en kwetsbaar. Omzien naar elkaar in tijden van corona. Impact van de coronapandemie op sociale kwaliteit van het dagelijks leven. Retrieved: 26-04-2022. https://www.movisie.nl/publicatie/hoopvol-kwetsbaar-omzien-naar-elkaar-tijden-corona

RMO (Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling). (2001). Kwetsbaar in kwadraat. Krachtige steun aan kwetsbare mensen. Den Haag: RMO.

SCP (2020). Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid [evaluatie van de participatiewet]. Den Haag: SCP.

SCP (2021a). Kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Beleidssignalement maatschappelijke gevolgen coronamaatregelen. Den Haag: SCP.

SCP (2021b). Verschil in Nederland 2014-2020. Zes sociale klassen en hun visies op samenleving en politiek. Den Haag: SCP.

SCP-WRR (2014). Gescheiden werelden? Een verkenning van sociaal-culturele tegenstellingen in Nederland. Den Haag: SCP-WRR.

Vettenburg, N., Walgrave, L. & Van Kerckvoorde, J. (1984). Jeugdwerkloosheid, delinquentie en maatschappelijke kwetsbaarheid. Antwerpen: Kluwer

Vlaams Instituut Gezond Leven. (2022). Mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties. Retrieved: 26-04-2022. https://www.gezondleven.be/gezondheidsongelijkheid/wie-zijn-die-kwetsbare-groepen

WikiWoordenboek. (2022) Kwetsbaar. Retrieved: 26-04-2022. https://nl.wiktionary.org/wiki/kwetsbaar

WRR. (2017a). De val van de middenklasse? Het stabiele en kwetsbare midden. Den Haag: WRR.

WRR (2017b). Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid. Den Haag: WRR.