Brian Street: Geletterdheid is meervoud

“The literacy practices of the home and the community are often viewed by dominant institutions as ‘deficit’ or ‘failing’. However, an ethnographic approach reveals that these local literacies are sophisticated social practices that serve vital communicative and emotional functions for the people who use them.” [1]

Brian Street (circa 2000) https://therai.org.uk/archives-and-manuscripts/obituaries/brian-street/

Weinig wetenschappers kunnen zeggen dat ze een omvangrijk, internationaal instituut met succes hebben uitgedaagd. Dat het de beroemde Britse antropoloog Brian Street (1943-2017) is gelukt om de UNESCO -definitie van geletterdheid te veranderen, is dan ook een wapenfeit. Street stelde dat de Unesco in haar definitie uit 1978 te veel uitging van één vorm van geletterdheid, door de UNESCO ‘functional literacy’ genoemd. Mensen zijn functioneel geletterd als ze effectief kunnen meedoen aan activiteiten waarin lezen en schrijven vereist zijn, in hun groep en gemeenschap, én als ze daaraan mee kunnen blijven doen, ten behoeve van hun eigen ontwikkeling en die van de gemeenschap (UNESCO, 1978). Het ging hier om activiteiten die nodig zijn om het bestaande maatschappelijke systeem draaiende te houden, zoals belastingpapieren invullen en programma’s van politieke partijen lezen.

Twee modellen voor geletterdheid

Street vond dit een te beperkte opvatting van geletterdheid, gericht op vooral economische inzetbaarheid. Zijn kritiek was niet nieuw (ook Paulo Freire bijvoorbeeld vond dat geletterdheid geen neutrale vaardigheid is), maar zijn verdienste was dat hij orde bracht in de verschillende visies op geletterdheid. Hij introduceerde twee modellen van geletterdheid. De UNESCO -definitie paste in het autonome model, waarin geletterdheid een set technische vaardigheden is, geldend voor iedereen en bovendien neutraal. De formele, schoolse, meestal westerse geletterdheid is de norm en lokale en informele varianten (bijvoorbeeld sociale media) zijn afwijkend.
Tegenover dit autonome model stelde Street zijn ideologische model. Lezen en schrijven vinden altijd plaats binnen een specifieke context, een ‘social practice’ (bijvoorbeeld een kringgesprek houden, reizen met het ov, een ziekenhuisafspraak maken); deze praktijk is geladen met waarden, normen, overtuigingen en machtsrelaties. Zoals Street het zelf formuleert: “It is in this sense, I suggest, that literacy can be seen as ideological: it always involves contests over meanings, definitions, boundaries, and control of the literacy agenda (Street, 2016, p.337).”

Geletterdheid als een continuüm

Streets invloed blijkt onder meer uit het UNESCO-rapport Education for all; Literacy for Life (2005). Door zijn input is de beleidsvisie van de UNESCO op geletterdheid radicaal veranderd (al betekent dit niet per se dat ze in praktijk gestalte krijgt). Geletterdheid wordt nu beschouwd als meervoud: de Unesco erkent dat er meerdere ‘literacies’ zijn, afhankelijk van context en cultuur (digitale geletterdheid, visuele geletterdheid, religieuze geletterdheid etc.). Het autonome model is bovendien vervangen door het ideologische, social practice-model. Deze visie toont de invloed van de theoretische stroming The New Literacy Studies (onder andere Gee, 2015), waarvan Street mede-grondlegger is. De UNESCO verliet het idee dat er een absoluut onderscheid is tussen geletterden en ongeletterden; geletterdheid is nu een continuüm waarin mensen vaardigheden ontwikkelen, afhankelijk van context en technologie.

Gelijkheidsideaal

Het belang van Streets werk voor volwassenen die leren, zit in zijn erkenning en verspreiding van de gedachte dat hun eigen cultuur en geletterdheden ertoe doen. Deze opvatting is een pleidooi voor empowerment en betekenisvol onderwijs. Op de site van The Royal Anthropological Institute herdenkt zijn dochter Alice hem om zijn diepe overtuiging van het gelijkheidsideaal “(…) and his unerring belief that everyone, from any educational background, nationality, or class has something to say that is worth listening to (Street, 2017).”

© volwassenenleren.nl (2026)

Marleen Claessens studeerde Nederlands in Nijmegen en Amsterdam. In de afstudeerrichting Taalbeheersing maakte ze kennis met de ideeën over geletterdheid en leren van onderwijsvernieuwers als Paulo Freire en Célestin Freinet en Taalvorming (voorheen Taaldrukken). Ze werkte in het alfabetiseringswerk voor Nederlandstaligen en later als hbo-docent, met als specialisatie schrijfonderwijs. Ze ontwierp een schrijfbenadering, Natuurlijk Schrijven, publiceert over geletterdheid en geeft schrijfworkshops voor schrijfdocenten.

Voetnoten

1. Street, B.V. (1993). Zie Referenties

Referenties

Gee, J. P. (2015). The New Literacy Studies. In J. Rowsell & K. Pahl (Eds.), The Routledge handbook of literacy studies (pp. 35–48). Abingdon: Routledge.

Street, B. V. (1993). The New Literacy Studies, Guest Editorial. Journal of Research in Reading, 16(2), p. 81 – 97.

Street, A. (2017, juli). Brian Street, 1943–2017. Royal Anthropological Institute. Retrieved: 14 mei 2026. https://therai.org.uk/archives-and-manuscripts/obituaries/brian-street.

Street, B. (2016). Learning to read from a social practice view: Ethnography, schooling and adult learning. Prospects, 46(3), p. 335 – 344.

UNESCO. (1978). Revised Recommendation concerning the International Standardization of Educational Statistics. Paris: UNESCO Publishing.

UNESCO. (2005). Education for All: Literacy for life. EFA global monitoring report 2006. Paris: UNESCO Publishing.

UNESCO Institute for Statistics. (2026). Literacy. UNESCO UIS Glossary. Retrieved: 14 mei 2026. https://uis.unesco.org/node/3079547