Markies de Condorcet: een leven lang leren voor iedereen

“Het onderwijs moet de mensen na hun schooltijd niet loslaten, het moet voor alle leeftijden gelden, er is geen leeftijd waarop het niet mogelijk en nuttig is om te leren.”

Marie Jean Antoine Nicolas de Caritat, Markies de Condorcet (1743 – 1794) behoorde tot de generatie van de grote Franse verlichtingsfilosofen onder wie Montesquieu, Voltaire en Rousseau. Zij hadden een optimistisch geloof in de menselijke rede en in de maakbaarheid van de samenleving. Hun gemeenschappelijk streven was de bevordering van kennis en wetenschap .

Openbaar onderwijs

Condorcet ijverde voor de afschaffing van de slavernij, pleitte voor vrouwenkiesrecht maar vooral spande hij zich in voor de invoering van gratis openbaar onderwijs. Dit omdat hij daarin hét middel zag om de verlichtingsidealen van de Franse Revolutie waar te maken:

  • Vrij omdat het onderwijs niet meer ondergeschikt zou zijn aan de religieuze of politieke leer van de heersende bovenlaag, maar dat het ging om de vrijmaking van de menselijke geest waarbij “men het moet aandurven alles te onderzoeken, alles ter discussie te stellen en zelfs alles te onderwijzen.” (Geciteerd in Badinter, 1993, p. 305.)
  • Gelijk omdat het onderwijs ervoor moest “zorgen, dat iedereen de mogelijkheid heeft zijn van nature aanwezige gaven in hun volle omvang te ontwikkelen en om zodoende een feitelijke gelijkheid tussen de burgers te vestigen en om de door de wet erkende politieke gelijkheid te verwezenlijken.” (Geciteerd in Nijenhuis, 1978, p. 19.)
  • Broederlijk omdat “iedereen, arm of rijk, jongens en meisjes, gezamenlijk worden onderwezen door dezelfde docenten, op dezelfde scholen en omdat het gemeenschappelijke onderricht hun onderlinge verschillen en vooroordelen doet verminderen.” (Geciteerd in Badinter 1993, p. 306.)

Permanente educatie

Condorcet had in 1792 zitting in de Nationale Vergadering en als voorzitter van de onderwijscommissie schreef hij zijn vermaarde Rapport sur l’instruction publique. Dit bevatte het ontwerp van een publiek onderwijsstelsel met daarin de schooltypen: lagere school, lyceum, nijverheidsonderwijs, hogeschool, universiteit en volksontwikkeling. Het leren moest zich uitstrekken van wieg tot graf. Permanente educatie had vooral de volgende functies:

  • Het op peil houden van de zedelijke en intellectuele ontwikkeling die nodig was voor een goed functionerende democratie.
  • Zelfstandig leren denken om de autoritaire verleiding te weerstaan en niet bevattelijk te zijn voor de welbespraaktheid van charlatans en demagogen.
  • Vaardigheden opdoen om van de democratische rechten gebruik te maken en tenminste op lokaal niveau actief in het politieke leven te kunnen participeren.
  • Vakkennis uitbreiden en de boer en ambachtsman beter te laten inspelen op allerlei technische vindingen en vernieuwingen.

Zondagschool

Condorcet leefde in een tijd waarin naar schatting slechts 47% van de mannen en 26% van de vrouwen hun eigen naam konden schrijven. Hij pleitte voor zondagscholen waar “eenvoudige werkmensen zonder grote intelligentie” (geciteerd in Nijenhuis, 1978, p.21) onderwijs zouden krijgen. Het moest daarbij vooral gaan om aanschouwelijk onderwijs en het vergaren van nuttige kennis waarvan de deelnemers direct het effect konden zien. Tevens was leren lezen van groot belang ,zodat de mensen het grootste gedeelte van de benodigde kennis zelf uit boeken en tijdschriften konden halen. Daarbij stelde Condorcet voor om belangrijke geschriften te hertalen in begrijpelijke taal.

Nationale held

Condorcets structuur voor het moderne onderwijs in de loop van de 19e eeuw is in vrijwel alle Europese landen geïntroduceerd. De woorden van Condorcet over een leven lang leren komen soms bijna letterlijk terug in de talloze manifesten van de UNESCO (Montreal, 1960), de OECD (Lifelong learning for all, 1996), de Europese Commissie (Memorandum voor een Leven Lang Leren, 2000) en in Nederland in die van onder meer de Onderwijsraad, de SER en de Commissie Sap. Tegenwoordig wordt Condorcet beschouwd als één van de grootste nationale helden die Frankrijk ooit heeft voortgebracht.

Thomas Bersee is onderwijsadviseur bij ProBiblio, de Provinciale Ondersteuningsinstelling voor bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland.

Voetnoten

1. Bij deze grote Franse verlichtingsfilosofen zien we ook een groot politiek bewustzijn en politieke stellingname. Zij keerden zich tegen de traditionele standenmaatschappij waarin adel, kerk en koning het voor het zeggen hadden. Zij waren de intellectuele wegbereiders van de Franse Revolutie met als strijdkreet vrijheid, gelijkheid en broederschap.
2. Met Condorcet liep het treurig af. Tijdens het schrikbewind van Robespierre belandde hij in het gevang waar hij stierf alvorens hij naar de guillotine kon worden gebracht. In 1989 tijdens de 200-jarige herdenking van de Franse Revolutie werd hij symbolisch bijgezet in het Panthéon in Parijs.

Referenties

Badinter, E. & Badinter, R. (1993). Markies de Condorcet: 1743 – 1794; Een intellectueel in de politiek. Amsterdam: Van Oorschot.

Condorcet (1788). Beschouwingen over de negerslavernij [vert. en inleiding Meindert Fennema]. Weesp: Heureka (1989).

Condorcet (1791). Cinq mémoires sur l’instruction publique. Paris: Garnier-Flammarion (1993). Geraadpleegd op: http://classiques.uqac.ca/classiques/condorcet/cinq_memoires_instruction/Cinq_memoires_instr_pub.pdf

Condorcet. Rapport sur l’instruction publique présenté à l’Assemblée législative les 20 et 21 avril 1792. Geraadpleegd op: http://www.toupie.org/Textes/Condorcet_instruction_publique.htm

Nijenhuis, H. (1978). De ideeën van Condorcet over ‘levenslang leren’. Tijdschrift voor agologie, 7 (1), p. 17 – 27.