Leven lang leren: de opleiders aan zet

Je hele leven blijven leren – om aan het werk te blijven en om alle maatschappelijke, technologische en persoonlijke veranderingen het hoofd te kunnen bieden – is een feit, is onontkoombaar. Maar hoe krijgen we dit voor elkaar? Wat is het landelijk beleid hierop? Maurice de Greef en Ella Bohnenn zijn op zoek gegaan naar antwoorden.

Onderwijs #2032

Getriggerd door de discussie Onderwijs#2032, onze gedeelde zorg over veranderingen in de volwasseneneducatie en onze eigen nieuwsgierigheid zijn wij op zoek gegaan naar de stand van zaken voor een leven lang leren in Nederland. Want, leren is belangrijk. In het jeugdonderwijs wordt de basis gelegd, maar leren strekt zich uit over het hele leven. We wilden graag weten hoe een leven lang leren gestalte krijgt in Nederland: Wat is het beleid hierop? Wat zijn de toekomstplannen? Naar ons idee is er van een onderliggende visie op leren van volwassenen geen sprake, net zo min als een samenhang tussen de verschillende vormen van leren van volwassenen. Klopt dit of is dat een vooroordeel of onwetendheid?

Wat we wel zien is, dat de discussie over dit onderwerp niet gevoerd wordt. Kunnen wij ervoor zorgen dat een leven lang leren gaat leven en een thema wordt waar anderen door geïnspireerd worden? Kunnen wij iets in beweging krijgen? We zijn in rapporten gaan graven en hebben een achttal interviews gehouden met deskundige en inspirerende mensen, nieuwsgierig naar hun ervaringen en toekomstvisie.

Geen beleid op leven lang leren

De eerste opbrengst van onze zoektocht is een verandering in ons eigen denken. We begonnen aan dit project vanuit de stellige overtuiging, dat er toch zeker een beweging in gang gezet kan worden bij de landelijke overheid als het gaat om een leven lang leren. De economische doelstellingen, de pensioenleeftijd die omhoog gaat, de technologische ontwikkelingen, de verandering van verzorgingsmaatschappij naar een participatiesamenleving (of netwerkmaatschappij zoals één van onze gesprekspartners zo mooi formuleerde) dat vraagt toch gewoon om een goede structuur voor een leven lang leren? Nou, nee, zo werkt het blijkbaar niet. In de politiek is een leven lang leren een thema waarvan het belang wordt ingezien, maar waarop geen beleid wordt gevoerd.

Dit strookt natuurlijk met de ontwikkeling om minder centraal aan te sturen. Veel energie stoppen in het mobiliseren van de landelijke overheid op dit thema lijkt niet verstandig: het is trekken aan een dood paard. Het is tijd voor ons om de verwachtingen die we hebben van de overheid en de initiatieven die zij zal nemen, bij te stellen.

Long and winding road

De tweede opbrengst is van een heel andere orde. We zijn gesterkt in onze overtuiging, dat leren zo breed mogelijk moet worden geïnterpreteerd als het gaat om een leven lang leren. Het leven is een ‘long and winding road’, een traject dat mensen afleggen met bochten, omleidingen, vooruit lopen, achteruit rijden, stilstaan en in hoge versnelling verder gaan. Als jongere kun je niet voorzien en niet voorspellen wat je in huis moet hebben om goed en blijmoedig te kunnen functioneren als je 30, 45, 57 of 78 bent. Of wat je moet kunnen als je een nieuwe baan krijgt, werkloos wordt, kinderen gaat opvoeden, je oude moeder gaat verzorgen, of de wijk waarin je woont steeds onbehaaglijker wordt.

En dat zijn juist die situaties waarin volwassenen leren niet willen of kunnen ontlopen. Een nieuwe situatie vereist nieuwe inzichten, een uitbreiding van vaardigheden en soms een andere houding. Een leven lang leren behelst veel meer dan formele opleidingen, functiegerichte trainingen, projecten basisvaardigheden en een cursusaanbod voor persoonlijke ontwikkeling.

Leren in de brede zin van het woord gebeurt op veel verschillende plekken, met veel verschillende doelen, op veel verschillende niveaus, zowel formeel als informeel. Of het gaat om hoogopgeleide of laagopgeleide volwassenen, ze leren geleid door dezelfde motivaties en willen leren uit nieuwsgierigheid, omdat ze hun blik willen verruimen, ‘bij willen blijven’, zichzelf willen ontwikkelen, of omdat ze iets echt nodig hebben. Daarnaast willen ze een carrièrestap maken, ze krijgen andere taken op hun werk of willen een tweede carrière beginnen of eindelijk ‘dat diploma’ halen.

We zien mensen leren in particuliere beroepsopleidingen, op volksuniversiteiten, in buurtcentra, achter de computer in de bibliotheek of thuis, op ROC’s, in wijkprojecten, tijdens taalprojecten, door culturele projecten, in zorgprojecten en door huurdersverenigingen. Volwassenen leren omdat ze willen of ze leren omdat ze moeten leren. Zij worden gestimuleerd en begeleid in leren, door elkaar, door docenten en begeleiders, professionele krachten en vrijwilligers. Als we praten over een leven lang leren, praten we over leren in de breedste zin van het woord.

Leren in de arbeidsmarktregio

De derde opbrengst is het inzicht, dat de meeste ontwikkelingen te zien zijn op lokaal en regionaal niveau. Naast het feit, dat er binnen afzienbare tijd op basis van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs in elke arbeidsmarktregio (aangestuurd door de centrumgemeenten) een regionaal educatieplan moet komen, zijn in sommige regio’s partners al actief aan de slag om samen een leven lang leren vorm te geven. Er zijn mooie en inspirerende voorbeelden.

IBN te Uden neemt mensen in dienst met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze werknemers leveren diensten of producten aan bedrijven in de regio. Zo nodig worden deze werknemers bijgeschoold in basisvaardigheden. Zij krijgen op deze manier alsnog een plek op de arbeidsmarkt en leveren hun bijdrage aan de regionale economie.

De Volksuniversiteit van Amsterdam gaat de samenwerking aan met de bibliotheken om een goed leeraanbod te realiseren. Ze doen dit niet alleen in Amsterdam maar bewegen – letterlijk – naar de mensen in de regio om ook daar voor een passend leeraanbod te zorgen.

In de Utrechtse wijk Overvecht spant Zorgwacht zich in om vrouwen in de wijk aan een baan in de zorg te helpen. Samen met de gemeente selecteert zij vrouwen, neemt zij de vrouwen in dienst en zorgt ervoor, dat zij in de wijk huishoudelijke hulp kunnen leveren. Ze werkt samen met een zorgaanbieder voor stageplekken en naar een mogelijke doorstroming naar een reguliere baan in de zorg. Daarnaast leidt ze samen met het ROC de vrouwen op tot een bepaald diploma.

Uit nieuwsgierigheid, uit betrokkenheid of ‘door nood gedwongen’ zien we organisaties hun taken onder de loep nemen, hun focus verbreden en samenwerking zoeken met andere organisaties. Aanbieders van leren kunnen een belangrijke voorziening worden, een motor voor leren, als zij kijken naar wat er op lokaal en regionaal vlak speelt. Zij kunnen actie ondernemen en faciliteren vanuit de focus: wat kan onze opleidings-, of onderwijsorganisatie bijdragen aan deze specifieke vragen en ontwikkelingen in de regio?

De opleiders aan zet

De voorbeelden laten zien, dat er beweging is op het terrein van leren van volwassenen. Om te komen tot voorzieningen (regionaal en lokaal) die recht doen aan de vragen van volwassenen, zijn de volgende dingen nodig:

  • samenwerking;
  • de wil om naar buiten te kijken;
  • ontwikkelingen, vragen en problemen signaleren;
  • zich steeds afvragen: wat kan mijn organisatie hieraan bijdragen?

Volwassenen willen leren. Net als organisaties nemen ook zij hun functioneren onder de loep ‘uit nieuwsgierigheid, uit betrokkenheid of door nood gedwongen’. Zij willen en moeten zich kunnen opladen om veranderende situaties het hoofd te bieden en hun nieuwsgierigheid te blijven voeden. Voor opleidingsorganisaties zijn er volop kansen om op regionaal en lokaal niveau in samenwerking met andere organisaties een leven lang leren op betekenisvolle wijze breed vorm te kunnen geven. Samen kunnen zij ervoor zorgen dat de buurvrouw van nummer 15 de cursus ‘Werken met de IPad’ kan volgen, Sjors een tweede carrière begint, omdat zijn eerdere administratieve werk is overgenomen door de computer, Shira efficiënt leert vergaderen, omdat zij het overleg van secretaresses gaat leiden, dat Bert goed leert tillen, omdat hij zijn invalide vader het bed uit moet helpen, Hanna een cursus patroontekenen kan doen, Faiza op 35-jarige leeftijd een opleiding op hbo-niveau gaat volgen en Jos Pools leert om beter te kunnen communiceren met zijn schoonfamilie. Een leven lang leren krijgt vorm en inhoud door verschillende leervragen op verschillende niveaus te honoreren. De opleiders zijn aan zet.

De landelijke overheid hoeft niet per sé een beleid op een leven lang leren te formuleren. Faciliteren en (mede)financieren van een leven lang leren op lokaal en regionaal niveau lijkt ons een eerste stap in de goede richting.

We zijn ons er terdege van bewust, dat onze kijk op een leven lang leren en onze conclusie mede bepaald is door de ervaring en kennis die we hebben in en van de volwasseneneducatie. De volle breedte van leren van volwassenen bestrijken we niet in dit artikel. In de artikelen die volgen wordt er stap voor stap een completer beeld geschetst.

Met dank aan Jos Debeij (directeur Koninklijke bibliotheek), Joke Elzenaar (directeur NIBE-SVV), Mieke de Haan (beleidsadviseur MBO raad), Peter van Lieshout ( hoogleraar Universiteit Utrecht en medeauteur WRR rapport ‘Naar een lerende economie), Judith Meulenbrug (project- en verandermanager, voorheen directeur ‘Projectdirectie Leren en werken’),  Paul Schnabel (hoogleraar Universiteit Utrecht, voorzitter Platform Onderwijs#2032, voorheen directeur SCP), Tof Thissen (algemeen directeur UWV- WERKbedrijf) en Lidewij Verheggen (directeur Volksuniversiteit Amsterdam).

Ella Bohnenn werkt sinds 2001 als zelfstandig adviseur, onderzoeker en ontwikkelaar in het veld van de volwasseneneducatie en beroepsonderwijs. Zij studeerde Nederlandse taal en letterkunde en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft gewerkt bij de (voorlopers van) basiseducatie, bij CINOP. Ella werkt samen met diverse spelers in het veld van het volwassenenonderwijs, het beroepsonderwijs en bedrijven. ‘Het wezenlijke van leren? Kunnen en willen onderzoeken, begrijpen en waarderen.’

Maurice de Greef is sinds 2002 betrokken bij de sector volwasseneneducatie. Hij heeft diverse onderwijsinstellingen en gemeenten begeleid bij het ontwikkelen van nieuwe onderwijstrajecten. Maurice studeerde onderwijskunde en is momenteel als gastprofessor Leereffecten Laagopgeleiden & Laaggeletterden verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en als extern onderzoeker aan de Maastricht University. Maurice wil samen met maatschappelijke organisaties ervoor zorgen, dat ook in Nederland er voldoende kansen voor ontwikkeling van volwassenen zijn. Zijn motto is: ‘Er moet altijd een kans zijn om nieuw dingen te leren voor je werk of voor je leven, hoe oud je ook bent.’

Referenties

(1) In verschillende adviesrapporten aan de overheid (zoals het WRR rapport, het SER rapport, het rapport van de St. van de Arbeid, de rapportage van de Onderwijsraad en de rapportage van de Denktank Leren en Werken) wordt aangedrongen op een uitwerking van een leven lang leren, maar tot nu zonder enig resultaat. In het WRR rapport staan de volgende constateringen die een duidelijk beleid op een leven lang leren tegenwerken:
1. In Nederland ontbreekt een cultuur van een Leven Lang Leren.
2. De huidige onderwijsstructuur prikkelt niet om hierin verandering aan te brengen.
3. Er is geen adequate financieringsvorm.