Laura Carstensen: Socioemotional selectivity theory

‘When we recognize that we don’t have all the time in the world, we see our priorities most clearly.’

Laura Carstensen is professor op de Stanford University in de psychologie en tevens de grondlegger van de socioemotional selectivity theory. Volgens Carstensen worden keuzes beïnvloed door de periode waar men in het leven staat. Als men ouder wordt en men het gevoel krijgt, dat de tijd korter wordt, kiest men eerder voor dingen die voor emotionele tevredenheid zorgen (The Daily Omnivore, 2018). Jongeren of jongvolwassenen die het idee hebben, dat ze nog een hele toekomst voor zich hebben, maken echter eerder keuzes die te maken hebben met carrièreplanning, kennisverrijking en nieuwe sociale relaties die voor hun toekomst belangrijk kunnen zijn (The Daily Omnivore, 2018).

Emotie versus kennis

Carstensen (1995, 1998, 2006) onderscheidt tijdens de levensduur van mensen twee twee typen motieven die bepalend zijn voor (sociale) keuzes. Voor jongeren en jongvolwassenen is kennis een belangrijk motief in het maken van keuzes. Zij willen nieuwe ervaringen opdoen en nieuwe wegen inslaan. Zij willen bijvoorbeeld een beroepsgerichte opleiding volgen om een betere baan te kunnen krijgen. Ouderen en ook kinderen maken daarentegen veel eerder keuzes op emotionele gronden. Om bijvoorbeeld te voorkomen dat men in een sociaal isolement raakt, kiezen ouderen ervoor om ergens te gaan wonen waar ze veel contact kunnen hebben met familieleden of ‘oude vrienden’. In onderstaande figuur is dit duidelijk te zien. De stippellijn – de ‘kennislijn’ – geeft een piek aan bij jongeren en jongvolwassenen. Terwijl deze daalt bij ouderen. De doorgetrokken lijn – de ‘emotionele lijn’ – laat pieken zien bij kinderen en ouderen en bij jongeren een daling. Op welke gronden mensen keuzes maken, wordt dus duidelijk beïnvloed door de levensfase waarin men verkeert.

Socioemotional selectivity theory van Carstensen (1995)

Leerbehoeften en leeftijdsfase

De behoefte van volwassenen om te leren is gerelateerd aan de keuzes die volwassenen maken en is mede afhankelijk van de levensfase waarin ze zich bevinden. Uit de theorie van Carstensen (1995) weten we dat niet alleen kennisdoelen de motor achter leren zijn, maar ook emotionele doelen, zoals zelfontplooiing en ‘erbij’ willen horen. Bij de ontwikkeling van leerprogramma’s voor volwassenen zou dus plaats moeten zijn voor beide doelen. Door meer rekening te houden met de leeftijd van lerenden en hun motivatie kunnen uitvoerders en ontwikkelaars een andere kleur geven aan de programma’s en opleidingen voor volwassen lerenden.

Referenties

Carstensen, L. L. (1995). Evidence for a life-span theory of socioemotional selectivity. Current Directions in Psychological Science, 4, 151 – 156. In J. W. Santrock (2008). Life-span development. New York: McGraw-Hill, 651 – 652.a

Carstensen, L. L. (1998). A life-span approach to social motivation. In J. Heckhausen & C. Dweck (Eds.), Motivation and self-regulation across the life-span. New York: Cambridge University Press. In J. W. Santrock (2008). Life-span development. New York: McGraw-Hill, 651 – 652.

Carstensen, L. L. (2006). The influence of a sense of time on human development. Science, 312, 1913 – 1915. In J. W. Santrock (2008). Life-span development. New York: McGraw-Hill, 651 – 652.

The Daily Omnivore. (2018). Socioemotional Selectivity. 28-01-2018. <https://thedailyomnivore.net/2012/01/30/socioemotional-selectivity-theory/>.