Bildung: een antwoord op een actuele vraag

Het begrip bildung krijgt weer aandacht. De Onderwijsraad pleit voor meer bildung in het onderwijs als tegenwicht voor de te meten doelen. Daarnaast wil minister Bussemaker dat bildung topprioriteit is in het hoger onderwijs. Ook in het voortgezet onderwijs nemen docenten het begrip weer in de mond en wordt de link gelegd tussen bildung, burgerschap en culturele vorming. In Amsterdam is in 2015 De Bildung Academie opgericht. De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) werkt aan bildung van het eigen personeel en haar studenten. Is er een aanleiding voor deze hernieuwde belangstelling? Wat betekent dit begrip? Wat is de consequentie voor ons huidige onderwijs?

Het begrip bildung

De vertaling van het Duitse begrip bildung in het Nederlands is lastig. Bildung wordt vaak vertaald met ‘vorming’ of ‘zelfontplooiing’, maar deze begrippen dekken de lading niet helemaal. Bildung is breder en behelst niet alleen persoonlijke vorming, maar ook maatschappelijke betrokkenheid. Bildung is de ontwikkeling van kennis, van het vermogen tot een moreel oordeel en van kritisch denken.

Het idee van bildung is niet nieuw. Het is een oud, humanistisch ideaal. Rond 1800 zorgt Wilhelm von Humboldt ervoor dat het in Duitsland op de ‘onderwijsagenda’ komt. (1)  Het is de tijd van de industriële revolutie. Efficiency en doelgerichtheid staan hoog in het vaandel van de industrie en het onderwijs levert vakbekwame medewerkers. Von Humboldt stelt dat het onderwijs niet primair gericht moet zijn op een beroep, maar dat ‘menselijkheid’ het doel moet zijn: “Universiteiten en andere onderwijsinstellingen dienen mensen te stimuleren bij het ontdekken en optimaliseren van hun talenten, bij het reflecteren op complexe vraagstukken en bij het ontmoeten van ‘de ander’ en ‘de wereld’.” (2)

Positieve impuls?

Inmiddels is het 2017 en de verklaring van de hernieuwde belangstelling in het onderwijs voor bildung wordt gezocht in het doorgeschoten meten van resultaten van de tot in de puntjes omschreven leerdoelen en competenties. Hier komt het streven naar efficiëntie (in met name het hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs) nog bij. Het rendementsdenken heeft geresulteerd in hoge kosten bij studievertraging en het streven om een studie zo snel mogelijk af te ronden. Persoonlijke vorming en de ontwikkeling van maatschappelijk verantwoordelijkheid staan een snel onderwijstraject in de weg. (3)

Ook doet de ‘tijdgeest’ waarschijnlijk een duit in het zakje. De technologische ontwikkelingen, de toenemende polarisatie, de sterk veranderende samenstelling van de bevolking, de overdosis aan informatie, de voortdurende druk om te presteren en de participatiesamenleving zorgen ervoor dat steeds meer mensen bezig zijn met de zingevingsvragen: wie ben ik en hoe verhoud ik mij tot de wereld?

We kunnen denken dat de aandacht voor bildung een hype is en over vier jaar weer is overgewaaid. Er zijn meer adviezen van de Onderwijsraad in de wind geslagen en de belangstelling voor bildung van de huidige minister van onderwijs hoeft niet de belangstelling te zijn van de komende minister van onderwijs. Marli Huijer (tot 21 april 2017 Denker des Vaderlands) ziet geen heil in de terugkeer van bildung. Zij is het eens met de kritiek op het efficiencydenken in het onderwijs. Maar ze vindt dat het begrip in zijn eigen tijd en plaats (rond 1800 in Duitsland) moet worden gezien en niet past in het huidige tijdsbestek in Nederland. Het begrip wordt depolitiserend ingevuld en is een ‘tandeloze tijger’. (4)

Maar de onderliggende kritiek op het onderwijs blijft staan en verdient het om serieus genomen te worden. Is bildung een mogelijke positieve impuls om in het onderwijs weer meer aandacht te besteden aan de persoonlijke ontwikkeling en aan de vorming tot betrokken en verantwoordelijke, kritische burgers? En, hoe kan bildung worden vormgegeven?

De Bildung Academie

In mei 2015 wordt De Bildung Academie opgericht. Een initiatief van studenten en docenten van de universiteiten van Amsterdam (UvA en Vrije Universiteit Amsterdam) en de Universiteit van Utrecht. Deze academie is ontstaan uit een onvrede met het huidige onderwijs. Studenten en docenten constateren een tekort. De kennis die wordt geleverd en wordt opgedaan voldoet zeker. Wat echter niet in het onderwijsprogramma aan de orde komt, zijn de persoonlijke ontwikkeling van de student en zijn ontwikkeling als verantwoordelijk burger en professional: wat ga je doen met de opgedane kennis, hoe verhoud jij je tot deze kennis en met deze kennis tot deze wereld?

In De Bildung Academie is hier alle ruimte voor. Als vervolg op een afgeronde studie kunnen studenten zich voor een half jaar inschrijven bij de academie. In dit half jaar kunnen ze drie verschillende onderwerpen kiezen waarin zij zich in kleine groepen verdiepen, steeds vanuit verschillende invalshoeken. Het eindresultaat is een ‘product’ dat gebruikt kan worden voor en/of door anderen. Denk hierbij aan een project debatteren op een school voor voortgezet onderwijs, een workshop op het Brainwashfestival (festival voor filosofie) of samenwerking met bedrijven op gebied van milieu en met een verzorgingstehuis. Studenten ontwikkelen kritisch-analytische, ethische, empathische en expressieve competenties. Kenmerken van deze invulling van bildung zijn:

  • samen leren
  • andere competenties leren
  • reflectie op eigen ontwikkeling en
  • maatschappelijke betrokkenheid.

Docenten en studenten geven gastcolleges en de begeleiding is in handen van (ex)studenten. Inmiddels zijn zo’n 108 studenten ‘afgeleverd’. Uit een pas gehouden enquête onder deze studenten komt het woord ‘daadkracht’ naar voren als de meest kenmerkende typering van wat dit half jaar hen heeft opgeleverd.

Bildung op de HAN

De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) heeft bildung al langer hoog in het vaandel staan. Zelfontplooiing en algemene ontwikkeling zijn belangrijk voor studenten en docenten om te (leren) functioneren als betrokken burgers. Door actief deel te nemen aan bildungsactiviteiten, leren zowel docenten als studenten begrip voor anderen op te brengen, zich in te leven in situaties van anderen en zijn ze niet alleen bezig met prestatiedrang en het behalen van studiepunten. Er zijn HAN-brede activiteiten en activiteiten voor specifieke opleidingen.

Er zijn bildungsbijeenkomsten om elkaar te inspireren waar iedereen vertelt hoe hij bildung in zijn eigen discipline verwerkt. Er worden symposia en theatercolleges georganiseerd als aanvulling op het reguliere studieprogramma. In deze bijeenkomsten worden thema’s vanuit verschillende invalshoeken benaderd, met het doel empathie en inlevingsvermogen verder te ontwikkelen, maar ook om algemene ontwikkeling te bevorderen. Er was bijvoorbeeld een theatercollege over De vele gezichten van de angst. Iedereen kent immers een bepaalde vorm van angst. Er werden lezingen gegeven door een psychiater die gespecialiseerd is in angststoornissen, een hoogleraar filmwetenschap, een hoogleraar kind en media en een producent van horrorfilms. Ze benaderden het thema angst ieder vanuit hun eigen discipline. Daarnaast werd er een theatercollege over Uiterlijke schoonheid wie bepaalt dat? geprogrammeerd. In de theatercolleges wordt er een theoretisch kader geboden bij thema’s waar mensen uit zichzelf vaak al bewust of onbewust mee bezig zijn. De multidisciplinaire theatercolleges bevorderen op een ongedwongen manier de algemene ontwikkeling en inspireren toehoorders tot verdere initiatieven.

Kitty van Mil is docent communicatie en theater aan de HAN en produceert en presenteert theatercolleges in het kader van bildung in de zorg-, welzijns- en onderwijssector. Zij ervaart dat studenten bildung ‘meenemen’ in de uitoefening van hun beroep. Van Mil neemt studenten in het kader van bildung ook mee naar theatervoorstellingen en laat ze met theatermakers praten. Jos Brink, die ook pastor was, gaf bijvoorbeeld regelmatig interviews over maatschappelijke thema’s. In workshops wil ze maatschappelijke thema’s dichterbij brengen en invoelbaar maken. Van andere disciplines kun je veel leren. Zo heeft de actrice Linda van Dijck een workshop gegeven over Inleving in een personage als acteur en inleven als hulpverlener of zorgverlener in de patiënt en de cliënt. Als acteur moet je je inleven in je personage. Als zorgprofessional moet je eigenlijk hetzelfde doen. Als je werkt met een patiënt of cliënt, leef je je in zijn wereld in, stel je de patiënt of cliënt centraal en geef je hem het gevoel dat hij op dat moment de enige is die ertoe doet.

Bildung in de volwasseneneducatie

Het woord bildung is geen woord dat je in de volwasseneneducatie veel hoort. De ideeën en doelen lijken wel sterk op elkaar. In 1960 pleit de UNESCO ervoor om de volwasseneneducatie in het onderwijsbestel op te nemen. In de slotresolutie is verwoord dat mannen en vrouwen gedurende hun hele leven de mogelijkheid moeten hebben “tot vorming en ontwikkeling, zowel ter bevordering van hun individuele ontplooiing, als van hun actieve deelname aan het maatschappelijke en politieke leven en aan de sociale en economische ontwikkeling van hun land” (Bersee, 2009).

Vanaf eind jaren zestig, maakt het leren van volwassenen in Nederland een enorme groei door. De term volwasseneneducatie wordt nog niet gebruikt, men spreekt van volwassenenvorming, sociaal cultureel werk en ontwikkelings- en vormingswerk van volwassenen. In de uitwerking in de verschillende projecten die in Nederland vanaf de jaren zeventig van start gaan, wordt gekozen voor een onderwijsvisie waar persoonlijke ontwikkeling, samen leren en maatschappelijke betrokkenheid hand in hand gaan, onder invloed van onder andere de vrouwenbeweging (emancipatie) en de bevrijdingsideologie van Paulo Freire. Leren wordt gekoppeld aan ‘handelen’. Het is als eerste van belang dat volwassenen zich bewust worden van hun eigen mogelijkheden. Dit kan door te reflecteren, samen met anderen, op wat ze willen, doen en kunnen. De volgende stap is het bewust worden van zaken die ze zouden willen veranderen. Jansen (1999) gebruikt het begrip sociaal leren. Mensen gaan zichzelf zien als personen die iets aan hun eigen situatie kunnen veranderen.

Het woord bildung werd en wordt niet gebruikt, maar de nadruk op ontplooiing, het ontmoeten van ‘de ander’ en ‘de wereld’  zijn elementen die we in de invulling van het begrip in De Bildung Academie en in de activiteiten van de HAN terug zien.

Zoals Kitty van Mil zo mooi aangeeft, is bildung juist heel belangrijk: “Het is inspirerend en je leert je mogelijkheden zien en die te benutten om je een breder handelingsrepertoire te geven. De fascinatie ligt op straat! Je moet leren kijken!”

Met dank aan Lieveke Heijn (oud-student aan en begeleider in De Bildung Academie), Arthur de Gast (werkzaam bij en één van de oprichters van De Bildung Academie) en Kitty van Mil (docent Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, projectleider ‘Theater en Wetenschap op de Campus’, producent theatercolleges, schrijfster en actrice).

Ella Bohnenn werkt sinds 2001 als zelfstandig adviseur, onderzoeker en ontwikkelaar in het veld van de volwasseneneducatie en beroepsonderwijs. Zij studeerde Nederlandse taal en letterkunde en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft gewerkt bij de (voorlopers van) basiseducatie, bij CINOP. Ella werkt samen met diverse spelers in het veld van het volwassenenonderwijs, het beroepsonderwijs en bedrijven. “Het wezenlijke van leren? Kunnen en willen onderzoeken, begrijpen en waarderen.”

Maurice de Greef is sinds 2002 betrokken bij de sector volwasseneneducatie. Hij heeft diverse onderwijsinstellingen en gemeenten begeleid bij het ontwikkelen van nieuwe onderwijstrajecten. Maurice studeerde onderwijskunde en is momenteel als gastprofessor Leereffecten Laagopgeleiden & Laaggeletterden verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en als extern onderzoeker aan Maastricht University. Maurice wil samen met maatschappelijke organisaties ervoor zorgen, dat ook in Nederland er voldoende kansen voor ontwikkeling van volwassenen zijn. “Er moet altijd een kans zijn om nieuwe dingen te leren voor je werk of voor je leven, hoe oud je ook bent.”

Noten

(1) Wilhelm von Humboldt (1767 – 1835) was Duits taalwetenschapper, filosoof en staatsman. Hij vernieuwde het Duitse onderwijssysteem. In Berlijn heeft hij een universiteit opgericht.  Zijn ideeën over bildung zijn een reactie op de eenzijdige gerichtheid op beroepsvaardigheid. Zijn vernieuwing was gericht op een brede ontwikkeling voor iedereen.

(2) Citaat uit: Koen Wessels, m.m.v. Kirsten Kalkman en Kim Dusch. Bildung, wat betekent dat nu? Amsterdam. 17 maart 2016.

(3) Zie ook het artikel van Katarina Popović, Adult education and her main challenges, op www.volwassenenleren.nl Zij hekelt de onevenredige aandacht voor input en output als het gaat om leren en beoordeelt het huidige onderwijs als te ‘instrumenteel’.

(4) Marli Huijer in Trouw. Bildung de tandeloze tijger. 4 Oktober 2015

Referenties

Bersee. T . (2009). Beleid: terugblik en perspectief. In: Bohnenn, E., Handboek NT1, voor docenten en opleiders. Rotterdam: Stichting. Expertisecentrum ETV.nl, 261 – 279.

Jansen, T. (1999). Sociaal Leren. Utrecht: NIZW.