Educatie voor gedetineerden in Vlaanderen

Volwassenen kunnen op latere leeftijd opleidingen volgen, informeel leren, maar ook leren in een specifieke context. Hierbij hebben zij vaak eigen doelen voor ogen. Zo ook gedetineerden. Vraag is wat de mogelijkheden zijn binnen de gevangenissen, wat gedetineerden willen bereiken en wat de resultaten van leren zijn.

“As well as legal reasons for education and training in prison, there are humanistic reasons. All members of society should receive education because of its own intrinsic value. It develops the whole person, provides experience of mastering skills and projects a person’s dignity” (Westrheim & Manger, 2014, p. 7).

Recht op educatie

Internationale wetgeving beschouwt educatie als een mensenrecht (1). Dat ook gedetineerden recht hebben op educatie wordt expliciet gesteld in een aantal andere internationale wetgevende instrumenten met een adviserend karakter (Gröning, 2014), waarbij landen zelf beslissen of en in hoeverre ze dit implementeren in hun eigen wetgeving (2). In Vlaanderen heeft het recht op educatie in 2013 een wettelijke verankering gekregen in het ‘decreet betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden’ (Vlaamse Overheid, 2013).

Verschillende contexten en groepen

Hoewel er één decreet is voor alle gevangenissen in Vlaanderen en Brussel, kan elke gevangenis zelf strategische keuzes maken op basis van hun context en populatie. Hierdoor zijn er grote verschillen in de praktijk hoe de wetgeving geïmplementeerd en vertaald wordt. De gedetineerdenpopulatie is immers allesbehalve een homogene groep. Om een idee te geven: op 24 oktober 2017 (3) waren er in België 10.365 gedetineerden verspreid over 36 gevangenissen, waarvan 96,1% mannen en 3,9% vrouwen. 56,1% had de Belgische nationaliteit, terwijl 43,9% een andere nationaliteit had. De gemiddelde leeftijd van gedetineerden op die dag was 36,6 jaar, terwijl de jongste gedetineerde 17 jaar was en de oudste 85 jaar.

Eerder onderzoek heeft vastgesteld dat de leefomstandigheden in Belgische gevangenissen variëren van inrichting tot inrichting (Van Zyl Smit & Snacken, 2009). Zo bieden enkele nieuwe gevangenissen meer en betere infrastructurele mogelijkheden voor de organisatie van leeractiviteiten (bijvoorbeeld beter uitgeruste leslokalen, sportzalen en werkateliers) dan de overgrote meerderheid oude gevangenissen die dateren uit de 19de eeuw. Dit alles samen maakt dat elke gevangenis zijn eigen context en populatie heeft en dus ook andere educatieve mogelijkheden.

Verschillende educatieve mogelijkheden

Drie vormen van educatief aanbod in de penitentiaire inrichtingen zijn:

  • cursussen Nederlands als tweede taal (NT2);
  • opleidingen en cursussen in het kader van werk, zoals beroepsopleidingen en sollicitatietrainingen;
  • activiteiten in het kader van vrije tijd, zoals sport en culturele activiteiten.

Wat mogelijk is op het vlak van educatief aanbod hangt onder andere af van het type detentie. In België bestaan arresthuizen en strafinrichtingen. In arresthuizen verblijven personen in afwachting van hun proces. In deze gevangenissen heerst een gesloten regime, wat betekent dat gedetineerden het grootste deel van hun tijd in de cel doorbrengen. Arresthuizen kennen een zeer groot verloop. Veel personen zijn nog in afwachting van hun proces en kunnen van de ene op de andere dag vrijkomen, terwijl er ook voortdurend nieuwe personen in hechtenis worden genomen. Dit heeft als gevolg dat veel educatieve activiteiten in arresthuizen zeer kortdurend zijn en geconcentreerd worden in één dag, één week of een aantal weken. Het gaat dan bijvoorbeeld om een sollicitatiecursus van één of een aantal dagen, of een taalcursus waarbij gedetineerden gedurende enkele weken 2 à 3 dagen naar de les gaan.

Wanneer iemand zijn proces heeft gehad en veroordeeld is, wordt hij in principe overgebracht naar een strafinrichting om daar zijn straf uit te zitten. Vanwege overbevolking lukt dit vaak niet, waardoor ook personen die reeds veroordeeld zijn in de arresthuizen verblijven. In strafinrichtingen verblijven mensen vaak voor een langere periode, vaak gedurende verschillende jaren. Voor strafinrichtingen is het hierdoor gemakkelijker om beroepsopleidingen, bijvoorbeeld voor elektricien of schilder, gedurende een heel schooljaar of verschillende schooljaren in te richten. In de strafinrichtingen zijn er gesloten, halfopen en open regimes. Hoe opener het regime, hoe lager het niveau van beveiliging en hoe intensiever de voorbereiding op reïntegratie in de samenleving.

Taal

Daarnaast verblijven in arresthuizen ook een groter aantal niet-Belgische gedetineerden. Hierdoor heersen er vaak taalproblemen aangezien veel niet-Belgische gedetineerden geen Nederlands verstaan of begrijpen. Dit is in lijn met internationaal onderzoek dat aantoont dat taalproblemen één van de meest voorkomende problemen zijn bij buitenlandse gedetineerden (Barnoux en Wood, 2013; Bhui, 2009). Om hierop in te spelen, bieden verschillende gevangenissen cursussen Nederlands als tweede taal (NT2) aan. In sommige gevangenissen is dit omgevormd tot een cursus ‘Nederlands op de gevangenisvloer’, waardoor niet-Belgische gedetineerden specifiek gevangenisjargon aangeleerd krijgen, zoals wandeling, rapportbriefje en kantinelijst (Brosens et al., 2017). Om de onderwijsmogelijkheden van buitenlandse gedetineerden te vergroten, kreeg een aantal buitenlandse gedetineerden de mogelijkheid een cursus uit hun thuisland in hun eigen taal te volgen. Dit waren pilots in het kader van het Europees FORINER-project in 2017 dat focuste op afstandsonderwijs aan buitenlandse gedetineerden.

Werk

De eerder genoemde Nederlandse taalcursussen zijn minder relevant voor gevangenissen die (bijna) enkel Belgische gedetineerden hebben. Zo zijn er twee open strafinrichtingen in Vlaanderen. Enkel gedetineerden met de Belgische nationaliteit of zij die recht hebben om in België te verblijven na hun detentieperiode mogen daar naartoe komen in de laatste fase van hun detentietraject. In de gevangenis van Ruiselede wordt bijvoorbeeld gestreefd naar een verblijf van maximaal 2 jaar. Hier kunnen een aantal gedetineerden buiten de gevangenismuren een opleiding volgen bij de Vlaamse Dienst voor ArbeidsBemiddeling (VDAB). Buiten de gevangenismuren heeft de VDAB een breed opleidingsaanbod van taal- en rekencursussen tot arbeidsopleidingen, zoals elektrotechniek en boekhouden. Een opleiding volgen in de vrije samenleving is niet mogelijk vanuit arresthuizen of de vele andere strafinrichtingen met een gesloten of halfopen regime. Daar worden alle opleidingen binnen de gevangenismuren georganiseerd. Niettemin zijn er vele interessante opleidingen binnen de muren. Voorbeelden hiervan zijn de zeldzame (pilot)projecten rond werkplekleren, zoals het project “muren worden deuren”. Dit vond plaats in de gevangenis van Brugge. Gedetineerden volgden een gecertificeerde opleiding tot ‘grootkeukenmedewerker’. Ze kregen theorie, maar tegelijkertijd draaiden ze mee in de keuken van de gevangenis. Het doel van dit project was onder meer om de arbeids- of opleidingsmogelijkheden van de cursisten na detentie te vergroten.

Vrije tijd

Daarnaast worden er vrijetijdsactiviteiten georganiseerd. Sportactiviteiten zoals fitness, voetbal of conditietraining worden aangeboden in arresthuizen en in strafinrichtingen en zijn enorm populair. De taalbarrière speelt hier een minder grote rol aangezien sportactiviteiten minder taalgevoelig zijn. Ook markten, workshopweken of festivals, waarbij activiteiten rond muziek, koken en sport centraal staan (Brosens et al., 2017) worden in alle soorten gevangenissen van arresthuizen tot strafinrichtingen en van gesloten tot open regimes georganiseerd. In de twee gevangenissen met een open regime worden gedetineerden actief betrokken in de organisatie en ondersteuning van dergelijke activiteiten. Gedetineerden organiseren bijvoorbeeld ontspanningsactiviteiten voor hun medegedetineerden. Dit erkent gedetineerden als personen die een constructieve, actieve bijdrage kunnen leveren aan het leven binnen de muren. Het biedt gedetineerden ook de mogelijkheid vaardigheden te verwerven die hen kunnen helpen om te reïntegreren in de samenleving na hun vrijlating. Ook andere gevangenissen denken na over hoe ze gedetineerden actief kunnen betrekken bij de organisatie en ondersteuning van hun activiteitenaanbod.

Tot slot

Gedetineerden geven aan dat ze door hun deelname aan leeractiviteiten in gevangenissen niet alleen nieuwe kennis en vaardigheden verwerven, maar ook dat het goed is voor hun eigen zelfbeeld en eigenwaarde. Dat ze hierdoor meer uren spenderen buiten de celmuren is een pluspunt, maar meestal niet de doorslaggevende motivator om naar de leeractiviteiten te gaan. Belgisch onderzoek naar het verband tussen deelname aan de leeractiviteiten en de kans op recidive en het vinden van een baan na vrijlating is helaas niet beschikbaar, maar resultaten uit internationaal onderzoek zijn veelbelovend. Zo hebben onderzoekers uit Amerika een analyse gemaakt van de effectiviteit van educatie tijdens detentie op basis van 58 eerdere onderzoeken. Hieruit blijkt, dat gedetineerden die tijdens hun detentieperiode een cursus hebben gevolgd 13% meer kans hebben op het vinden van een baan na vrijlating én 43% minder kans hebben om te recidiveren dan gedetineerden die geen onderwijs volgden. We roepen dus om op te blijven investeren in leermogelijkheden voor gedetineerden en het belang hiervan ten volle te erkennen.

Dorien Brosens, Flore Croux & Liesbeth De Donder zijn werkzaam aan de Vrije Universiteit Brussel, waar ze deel uitmaken van de onderzoeksgroep Participation and Learning in Detention (PALD). Flore Croux werkt daarnaast ook aan de Universiteit van Gent bij de vakgroep Orthopedagogiek.

“Gedetineerden behoren tot de meest kwetsbare groepen van de samenleving. Velen zijn laagopgeleid, waren werkloos voor detentie, kampen met fysieke en mentale gezondheidsproblemen. Detentie kan beschouwd worden als een kans; als een mogelijkheid om deze volwassenen handvaten te bieden om sterker terug in de samenleving te komen. Het creëren van een leeromgeving in gevangenissen blijft weliswaar een uitdaging doordat veiligheid vaak primeert.”

Noten

1. Bijvoorbeeld Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (Council of Europe, 1950) en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (United Nations, 1966).

2. Ten eerste zijn er vanuit de Verenigde Naties de ‘Nelson Mandela Rules’. Deze regels stellen onder andere dat het belangrijk is dat gedetineerden toegang hebben tot onderwijs, beroepsopleidingen, werk, spirituele, morele, sociale, gezondheids- en sportieve activiteiten (United Nations, 2016). Ook heeft de Raad van Europa in 1989 zeventien richtlijnen geformuleerd met betrekking tot educatie in gevangenissen. De eerste richtlijn stelt dat alle gedetineerden in aanmerking dienen te komen voor educatie in de vorm van klassikaal onderwijs, beroepsopleidingen, creatieve en culturele activiteiten, lichamelijke oefening en sport, sociale activiteiten en de bibliotheek. De bedoeling is dat al deze activiteiten bijdragen tot de ontwikkeling van een persoon, een effectieve reïntegratie in de samenleving en het verkleinen van recidive (Council of Europe, 1989). Ten slotte zijn er ook de European Prison Rules (Council of Europe, 2006), die stellen dat er een breed aanbod aan educatieve programma’s moet zijn, die rekening houden met de individuele noden en aspiraties van gedetineerden.

3. Deze gegevens zijn afkomstig uit de penitentiaire databank Sidis Suite in het kader van het Foreigners’ Involvement and Participation in Prison (FIP2) project. Dit project wordt gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) (Dossiernummer G.0269.17N).

Referenties

Barnoux, M., & Wood, J. (2013). The specific needs of foreign national prisoners and the threat to their mental health from being imprisoned in a foreign country. Aggression and Violent Behavior, 18(2), 240 – 246.

Bhui, H. S. (2009). Foreign national prisoners: Issues and debates. In H. S. Bhui (Ed.), Race and criminal justice (pp. 154 – 169). London: SAGE.

Brosens, D., Croux, F., Vandevelde, S., Claes, B., & De Donder, L. (2017). Participatie van niet-Belgische gedetineerden in Vlaamse en Brussels gevangenissen. Een helikopteroverzicht van acties en projecten. Fatik, 156, 4 – 15.

Council of Europe. (1950). European Convention on Human Rights. Geraadpleegd op: https://www.echr.coe.int/Documents/Convention_ENG.pdf

Council of Europe (1989). Recommendation R(89)12 on education in prison. Geraadpleegd op: http://www.epea.org/wp/wp-content/uploads/Education_In_Prison_02.pdf

Council of Europe. European Prison Rules (2006). Geraadpleegd op: http://rm.coe.int/european-prison-rules-978-92-871-5982-3/16806ab9ae

Gröning, L. (2014). Education for foreign inmates in Norwegian prisons: A legal and humanitarian perspective. Bergen Journal of Criminal Law & Criminal Justice, 2(2), 164 – 188. United Nations. (2016).

United Nations Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners (the Nelson Mandela Rules). Geraadpleegd op: https://www.unodc.org/documents/justice-and-prison-reform/GA-RESOLUTION/E_ebook.pdf

United Nations. (1966). International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. Geraadpleegd op: https://www.ohchr.org/EN/ProfessionalInterest/Pages/CESCR.aspx

Van Zyl Smit, D., & Snacken, S. (2009). Principles of European prison law and policy: Penology and human rights. Oxford: University Press.

Vlaamse Overheid (2013). Decreet betreffende de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden. Belgisch Staatsblad.

Westrheim, K., & Manger, T. (2014). Iraqi Prisoners in Norway: Educational Background, Participation, Preferences and Barriers to Education. Journal of Prison Education and Reentry, 1(1), 6–19.