Gezondheidsvaardigheden zijn basisvaardigheden!

Naast de vaardigheden lezen, schrijven en rekenen, zijn inmiddels ook budgetteren en digitale vaardigheden geaccepteerd als basisvaardigheden die noodzakelijk zijn om je in de huidige samenleving te kunnen redden. Een andere loot aan deze stam zijn gezondheidsvaardigheden. Wat zijn gezondheidsvaardigheden, waarom zijn deze zo belangrijk geworden en kunnen we er vanuit gaan dat iedereen gezondheidsvaardig is?

In de afgelopen decennia is de aandacht voor gezondheidsvaardigheden enorm toegenomen. Hiervoor zijn verschillende redenen. Als eerste heeft er een verschuiving plaats gevonden in het denken over rollen en verantwoordelijkheden als het gaat om gezondheid en gezond gedrag. Er wordt verwacht dat mensen eigen verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid. En patiënten zijn steeds meer partner in de behandeling van hun eigen ziekte, die samen met de zorgverlener beslissingen neemt en die zelf de regie voert. Vaardigheden voor het verkrijgen, begrijpen en toepassen van informatie over gezondheid en gezond gedrag zijn daarvoor essentieel. Vaardigheden als zoeken op internet, lezen van artikelen en patiëntinformatie en begrijpen wat je dokter je vertelt, zijn voorwaardelijk om je verantwoordelijkheid te nemen en deze nieuwe rol te kunnen vervullen.

Een tweede reden voor de groeiende aandacht voor gezondheidsvaardigheden heeft te maken met het hardnekkige verschijnsel van gezondheidsachterstanden. In Nederland leven lager opgeleide mannen en vrouwen gemiddeld zes jaar korter en vijftien jaar minder in goede ervaren gezondheid dan hoger opgeleiden.(1) Al vanaf 2007 worden gezondheidsvaardigheden door de World Health Organisation beschouwd als een grote beïnvloedende factor van gezondheidsachterstanden.(2) Ten slotte spelen de toenemende zorgkosten een rol in de groeiende aandacht voor gezondheidsvaardigheden. Beperkte gezondheidsvaardigheden zijn namelijk gerelateerd aan verhoogd zorggebruik en het zelf minder goed kunnen managen van gezondheid en ziekte. Laaggeletterdheid (als onderdeel van lage gezondheidsvaardigheden) alleen al kost de zorg 264 miljoen euro per jaar, door meer ziekenhuisopnames en meer huisartsbezoeken.(3)

Wat zijn gezondheidsvaardigheden?

Gezondheidsvaardigheden zijn al meer dan tien jaar een begrip in Nederland en nog veel langer in de Verenigde Staten. Maar nog altijd bestaat er veel discussie over de definitie en het concept. In de Verenigde Staten verwees de term ‘health literacy’ lange tijd naar lees- en rekenvaardigheden die mensen binnen de gezondheidszorg nodig hebben. De afgelopen 20 jaar zijn nieuwe definities ontstaan waarin de vaardigheden verder reiken dan lezen en rekenen, en waarin niet alleen patiënten in de gezondheidszorg, maar ook gezonde individuen buiten de gezondheidszorg centraal staan.(4,5) In vrijwel alle definities van gezondheidsvaardigheden staan individuele cognitieve en sociale vaardigheden centraal. Het gaat erom of mensen in staat zijn informatie (in diverse vormen) te verkrijgen, begrijpen en te gebruiken bij het nemen van beslissingen die met gezondheid te maken hebben. Sommige definities laten motivatie buiten beschouwing, andere definities omvatten ook het openstaan, het bereid zijn en je inzetten voor het verkrijgen en gebruiken van informatie.(Noot)

Omvang en gevolgen van beperkte gezondheidsvaardigheden

Zoveel definities als er zijn, zoveel cijfers zijn er ook. Deze verschillen ontstaan ook door de manier waarop gezondheidsvaardigheden gemeten worden. Onafhankelijk van de meetmethoden laten alle cijfers wel zien dat beperkte gezondheidsvaardigheden een aanzienlijk probleem vormen in onze samenleving. Uit de cijfers van de Health Literacy Survey Europe komt naar voren, dat 29% van de Nederlanders (van 16 jaar en ouder) problemen ervaart bij het vinden, begrijpen, beoordelen en toepassen van gezondheidsinformatie.(6) Taakgerichte testen onder gezonde en zieke mensen in Nederland laten zien dat dat voor 18% (REALM-D) tot meer dan 50% (SAHL-D/ NVS-D) van de mensen geldt.(7,8,9) Uit onderzoek onder het NIVEL consumentenpanel komt naar voren dat 48% aangeeft moeite te hebben met het voeren van regie over gezondheid en ziekte.(10) Gezondheidsvaardigheden kunnen per context verschillen en staan niet op zichzelf. Verschillende factoren zijn van invloed op gezondheidsvaardigheden. Over het algemeen lijken beperkte gezondheidsvaardigheden vaker voor te komen bij migranten, ouderen en lager opgeleiden.(6,11,12) Daarnaast beïnvloeden gezondheidsvaardigheden op hun beurt ook weer andere factoren die van invloed zijn op gezondheid, zoals het zelf managen van ziekte en gezondheid. Ook zijn ze van invloed op kennis en informatie, leefstijl, zorggebruik en toegang tot de zorg, communicatie met de zorgverlener en medicijngebruik.(13,14) Ten slotte is bekend, dat beperkte vaardigheden negatief samenhangen met vijf van de zes speerpunten (roken, overgewicht, bewegen, diabetes en depressie) van het Nationaal Preventie Programma van de Rijksoverheid.(15) Uit onderzoek weten we dat lage gezondheidsvaardigheden samenhangen met slechtere gezondheidsuitkomsten, zoals een minder goede gezondheid en een grotere kans op vroegtijdig overlijden.(16)

Interventies

Interventies richten zich op zowel het aanbod van zorg en preventie,  als op de mensen die hier gebruik van maken.

Zorg en zorgverleners

De zorg kan iets doen aan de lage gezondheidsvaardigheden van mensen. Het is niet alleen een probleem van iemand zelf. Interventies voor het verbeteren van de toegankelijkheid en kwaliteit van curatieve en preventieve zorg richten zich vooral op het verbeteren van informatie, communicatie, organisatie en beleid van de zorg. In 2015 is hier door het NIVEL onderzoek naar gedaan en is een overzicht samengesteld van interventies en hulpmiddelen die specifiek kunnen helpen bij het bieden van zorg op maat aan mensen met lage gezondheidsvaardigheden.(17) Deze richtten zich vooral op het bevorderen van bewustwording, kennis en vaardigheden van zorgverleners en organisaties op het verbeteren van communicatie en informatie. Hierbij wordt samengewerkt met de doelgroep. Implementatie van dergelijke interventies en hulpmiddelen in de praktijk is een uitdaging. Trainingen, tools en richtlijnen zijn nog onvoldoende ingebed in de huidige structuur van de opleiding van professionals en de organisatie van zorg en preventie. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over wat voor wie in welke situatie werkt en wat het uiteindelijk oplevert in termen van gezondheidswinst, patiëntervaringen en zorgkosten.

Gebruikers

Om een actieve rol in de gezondheidszorg op zich te kunnen nemen, moeten patiënten zich ook de vaardigheden eigen kunnen maken om dit adequaat te doen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zaken als: weten bij wie je terecht kunt voor de vragen die je hebt over je ziekte of behandeling, de voor- en nadelen van verschillende behandelingen tegen elkaar kunnen afwegen, goed weten en duidelijk kunnen maken wat voor jou belangrijk is in het zorgproces of tegen de zorgverlener durven te zeggen dat je niet begrijpt wat hij of zij zegt. Europees onderzoek heeft laten zien dat programma’s ter verbetering van gezondheidsvaardigheden vooral effectief zijn wanneer ze zich niet alleen richten op kennis, maar vooral ook op het oefenen in de praktijk.(17)

Bij mensen met lage gezondheidsvaardigheden is het belangrijk om de doelen en stapjes goed af te stemmen op de mogelijkheden van de persoon zelf. Het bereiken van relatief kleine doelen creëert een positief gevoel over het eigen kunnen en stimuleert de motivatie om met het programma verder te gaan.(18) Een speciale plek in de groep gebruikers wordt ingenomen door laaggeletterden, de mensen met te weinig basisvaardigheden om zich zelfstandig te kunnen redden. Onderzoek naar effecten van taalscholing van laaggeletterden, toont aan dat mensen die een aantal maanden taalscholing hebben gevolgd, na afloop niet alleen taalvaardiger zijn, maar zich ook zowel fysiek als psychisch gezonder voelen(19). Of taalscholing toegepast op gezondheid ook effect heeft op de daadwerkelijke gezondheid, is minder vaak onderzocht. In Nederland loopt op dit moment in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven een studie naar de effecten van het project Voel je goed! Dit is een interventie met als doel om een gezonder gevoel en gewicht bij laaggeletterde volwassenen met overgewicht te realiseren. Om dit te bereiken worden individuele eet- en beweegadviezen in makkelijke taal van een diëtist gecombineerd met groepslessen gezondheidsvaardigheden van een vrijwilliger. Deze lessen gaan over gezonder eten en meer bewegen: wat het is en hoe je dat doet. De werving verloopt via de diëtist en via verwijzingen vanuit bijvoorbeeld de welzijnssector, volwasseneneducatie en de gemeente (via de bijstand). Cruciaal in het aanbod zijn het inzetten van bekende sleutelfiguren bij de werving, het groepsaspect, dat het leuk en leerzaam is, dat het in de buurt op een passende dag/tijd plaats vindt en dat het geen kosten met zich meebrengt.

De ontwikkeling in interventies om curatieve en preventieve zorg toegankelijker te maken en het werken aan gezondheidsvaardigheden is hoopgevend en biedt aanknopingspunten voor het terugdringen van gezondheidsachterstanden.

Mirjam Fransen is als Universitair Docent verbonden aan de afdeling Sociale Geneeskunde, AMC, Universiteit van Amsterdam. In haar onderzoeksprogramma richt zij zich op het verbeteren van de toegankelijkheid van preventieve en curatieve zorg voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden.

Marieke Wiebing studeerde gezondheidswetenschappen aan Maastricht University. Zij werkte in diverse functies bij STIVORO, ZCAD en NIGZ. Sinds 2014 is zij als projectleider Kennis & Innovatie verbonden aan Stichting Lezen & Schrijven met als aandachtsgebied gezondheid.

Jany Rademakers, ontwikkelings- en klinisch psycholoog, is hoofd onderzoeksafdeling bij het NIVEL, Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg te Utrecht en Hoogleraar Gezondheidsvaardigheden en Patiëntparticipatie bij CAPHRI, Afdeling Huisartsgeneeskunde, Maastricht University.

“Onze gezamenlijke drijfveer voor een leven lang leren is het terugdringen van gezondheidsachterstanden in Nederland. Dit kan namelijk enerzijds door het verbeteren van gezondheidsvaardigheden van mensen en anderzijds door het afstemmen van het aanbod van zorg en preventie op mensen met lage gezondheidsvaardigheden. Als professionals willen wij hier een zinvolle bijdrage aan leveren. Door ontwikkeling en implementatie vertalen wij onderzoeksuitkomsten naar de praktijk en door onderzoek leren wij over de oorzaak en impact van gezondheidsvaardigheden en welke interventies werken voor wie.”

Noot

Voorbeelden van definities van gezondheidsvaardigheden zijn:

  • Health literacy represents the cognitive and social skills which determine the motivation and ability of individuals to gain access to, understand and use information in ways which promote and maintain good health (Nutbeam, 1998).

  • Health literacy entails people’s capacities, skills, knowledge, motivation and confidence to access, understand, appraise and apply health information in written, spoken or digital form to form judgments and take decisions in everyday life in terms of healthcare, disease prevention and health promotion to improve quality of life during the life course (Sørensen, 2012).

Referenties

1. Volksgezondheidenzorg.info 2018. (2018). Accessed: 28-3-2018. https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/gezonde-levensverwachting/cijfers-context/huidige-situatie#!node-gezonde-levensverwachting-bij-geboorte-naar-opleiding.

2. Health WCotSDo. (2007). Achieving health equity: From root causes to fair outcomes. Geneva.

3. PriceWaterHouseCoopers. (2016). Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten. Amsterdam: PwC..

4. Sørensen, K., Van den Broucke, S., Fullam, J., et al. (2012). Health literacy and public health: a systematic review and integration of definitions and models. BMC Public Health, 12, 80.

5. Malloy-Weir, L.J., Charles, C., Gafni, A. & Entwistle, V. (2016). A review of health literacy: Definitions, interpretations, and implications for policy initiatives. J Public Health Policy.

6. Sørensen, K., Pelikan, J.M., Rothlin, F., et al. (2015). Health literacy in Europe: comparative results of the European health literacy survey (HLS-EU). European journal of public health, 25 (6), p. 1053 – 1058.

7. Fransen, M.P., Van Schaik, T.M., Twickler, T.B. & Essink-Bot, ML. (2011). Applicability of internationally available health literacy measures in the Netherlands. Journal of health communication, 16, Suppl. 3, p. 134 – 149.

8. Fransen, M.P., Leenaars, K.E., Rowlands, G., Weiss, B.D., Maat, H.P. & Essink-Bot, ML. (2014). International application of health literacy measures: adaptation and validation of the newest vital sign in The Netherlands. Patient education and counseling, 97 (3), p. 403 – 409.

9. Pander Maat, H., Essink-Bot, ML., Leenaars, K.E. & Fransen, M.P. (2014). A short assessment of health literacy (SAHL) in the Netherlands. BMC Public Health, 14, 990.

10. Nijman, J., Hendriks, M., Brabers, A., De Jong, J. & Rademakers, J. (2014). Patient activation and health literacy as predictors of health information use in a general sample of Dutch health care consumers. Journal of health communication,19 (8), p. 955 – 969.

11. Van der Heide, I., Rademakers, J., Schipper, M., Droomers, M., Sørensen, K. & Uiters, E. (2013). Health literacy of Dutch adults: a cross sectional survey. BMC Public Health, 13, 179.

12. Mantwill, S., Monestel-Umana, S. & Schulz, P.J. (2015). The Relationship between Health Literacy and Health Disparities: A Systematic Review. PLoS One, 10 (12), e0145455.

13. Rademakers, J. (2014). Kennissynthese: Gezondheidsvaardigheden niet voor iedereen vanzelfsprekend. Utrecht: NIVEL.

14. Fransen, M., Adhien, P. & Essink-Bot, ML (2013). Gezondheidsvaardigheden en therapietrouw. MFM Tijdschrift over praktijkgerichte farmacotherapie, 3 (2), p. 18 – 23.

15. De Greef M. & Segers, M. (2016). Van gezonde taal tot familietaal naar werktaal: Een literatuuronderzoek naar de problematiek van taal en impact van specifieke taalprogramma’s in zes levensdomeinen. Den Haag: Stichting Lezen en Schrijven.

16. Berkman, N.D., Sheridan, S.L., Donahue, K.E., Halpern, D.J. & Crotty, K. (2011). Low health literacy and health outcomes: an updated systematic review. AnnInternMed., 155 (2), p. 97 – 107.

17. Hijmans, M., Zwikker H., Van der Heide, I. & Rademakers, J. (2016). Kennisvraag: Zorg op maat: Hoe kunnen we de zorg beter laten aansluiten bij mensen met lage gezondheidsvaardigheden. Utrecht: NIVEL.

18. Hibbard, J.H. & Mahoney, E. (2010). Toward a theory of patient and consumer activation. Patient education and counseling, 78 (3), p. 377 – 381.

19. De Greef, M., Segers, M., Nijhuis, J. & Lam, J.F. (2014). Impact onderzoek taaltrajecten Taal voor het Leven door Stichting Lezen & Schrijven op het gebied van sociale inclusie en leesvaardigheid Deel A. Maastricht: Maastricht University.