Instuderen: van techniek tot waarachtigheid

Geroezemoes in de zaal, verwachtingsvol wachten bezoekers op wat komen gaat. Genieten van de prestaties van een ander. Wat wij als kijkers en luisteraars ons vaak niet realiseren, is dat hier een hele periode van intensief instuderen aan vooraf gaat. Instuderen, hoe doe je dit, hoe kom je tot een resultaat waar anderen van genieten? Wij gingen te rade bij drie Nederlandse professionals in de muziek, bij wie het instuderen een deel is van hun beroep: Abbie de Quant (fluitiste), Gé Reinders (zanger, muzikant en componist) en Maaike Widdershoven (zangeres). Wat doen zij als ze een opera, een lied of een muziekstuk instuderen?

Onze gesprekspartners zijn alle drie ervaren musici. Ze zijn opgeleid aan verschillende conservatoria en hebben een glanzende staat van dienst, ieder op een eigen terrein. Het instuderen is ze niet vreemd. Met het instuderen maken ze zichzelf een muziekstuk eigen, een lied of een rol. Met als uiteindelijk doel een uitvoering waar ze trots op kunnen zijn, een uitvoering die anderen raakt. In dit ‘eigen maken’ onderscheiden zij verschillende componenten: techniek, kennis, betekenis & verhaal, oefenen en waarachtigheid. Deze componenten zijn onlosmakelijk verbonden met hun professionaliteit en hun passie voor hun beroep.

~Abbie de Quant:
“Het gaat om intelligent studeren. Soms is een bepaalde taal van een muziekstuk moeilijk te onthouden omdat het jouw logica niet heeft. Dat betekent dat je creatieve oplossingen moet vinden.”~

Techniek

Om een instrument te bespelen (ook de stem) moet je een aantal meer technische vaardigheden onder de knie hebben. Denk aan het spelen en zingen van de noten, de toonhoogte, de ademhaling, de stemtraining, de fysieke vaardigheden als vingerplaatsing en lipspanning, tempo, ritme en training van het gehoor (onder andere solfège). Abbie de Quant spreekt over het (in) studeren op de vinger techniek (zoals toonladders), werken aan toon, ademtechniek, houding en concentratie. Dit alles in dienst van de muzikale interpretatie van een muziekstuk. Net als bij een acteur gaat het om het inoefenen van de kracht van de overdracht naar het publiek. Maaike Widdershoven heeft eerst lichte muziek zang gestudeerd en daarna klassieke muziek zang. Ze wilde per sé ook klassiek geschoold worden, omdat zij grote behoefte had om meer te weten van de noten en van wat de noten zeggen.

Kennis

Als het gaat om kennis, onderscheiden zij verschillende soorten kennis. Kennis van het instrument, kennis van de stem, kennis van klankkleur, ritme en toonsoorten Kennis van theorieën over ademhaling. Gé Reinders benadrukt dat kennis van de theorie over ademhaling noodzakelijk is om je stem goed en gezond te gebruiken. Kennis van ademhaling is ook belangrijk bij het fluiten. Abbie ziet de fluit als een verlengstuk van haarzelf, en ademhaling en ademsteun zijn belangrijk, want net als bij zang doe je een groot beroep op je ademhalingsspieren waaronder het middenrif. Daarnaast zijn kennis van de componist, de tekstschrijver, de periode of de muziekstijl belangrijk. Deze kennis is nodig om je te kunnen verplaatsen in het muziekstuk. Hier is wel sprake van een verschil tussen klassieke en lichte muziek. Je verdiepen in een componist en in een periode is intensiever in de klassieke muziek dan in de lichte muziek.

Betekenis & verhaal

Een andere component van eigen maken is het doorgronden van de betekenis, van het verhaal. Inlevingsvermogen en verbeeldingskracht spelen een grote rol. De musici vertellen een verhaal. Van te voren maken zij zich al een voorstelling van wat zij vertolken. En deze invulling kan tijdens het repeteren met anderen worden versterkt of verder ingevuld. De kennis en de techniek geven hier natuurlijk houvast en bij liederen en rollen ook de tekst, maar om het verhaal te kunnen doorgronden spelen inlevingsvermogen en verbeeldingskracht een grote rol: wat wil je overbrengen, welke sfeer, welke emotie, welke kleur geef je aan het verhaal? Zowel Abbie als Gé maken beelden in hun hoofd om het gevoel, de sfeer, het verhaal te pakken te krijgen. Het maken van beelden vinden we terug bij Method acting van Stanislavski (zie ook: Konstantin Stanislavski). Stanislavski beschrijft hoe je je kunt inleven en in een bepaald ‘gevoel’ kunt komen. Volgens hem gaat dat namelijk niet zomaar (About.com, 2017). Je moet stap voor stap je karakter doorleven en je telkens afvragen waarom je bepaalde handelingen doet. Emoties worden hierbij niet gecreëerd, maar je moet ze echt kunnen voelen (About.com, 2017). Maaike luistert daarnaast bij een nieuwe rol ook naar diverse uitvoeringen en krijgt hiermee een gevoel bij de rol. Daar gaat ze mee verder en creëert zij haar eigen interpretatie.

~Gé Reinders:
Tijdens een solotour speel ik iedere dag het hele repertoire, om te oefenen. Ik speel alleen en hoor iedere fout, maar de nummers maak ik me steeds meer eigen. Ik heb dit nodig om toe te werken naar het optreden.~

Oefenen

Oefenen, oefenen, oefenen is het adagium. Oefenen en eigen maken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Talent is zeer zeker belangrijk, maar niet genoeg. Discipline, wilskracht en doorzettingsvermogen zijn onontbeerlijk om toonladders en grepen te automatiseren, om stukken en teksten uit het hoofd te zingen of te spelen. Maar als het doel helder is, is er veel gewonnen. Als musicus kun je niet verslappen, het oefenen houdt nooit op. Als je ouder wordt, kost het misschien meer moeite, maar een noodzakelijk kwaad is het niet, een musicus moet houden van studeren. Maar oefenen -Gé spreekt liever over spelen- is niet alleen een individuele zaak. Want ook als collectief moet je automatiseren, moet je meters maken en hoe meer je met elkaar speelt, hoe beter het gaat. De mooiste momenten zijn die waarin je elkaar ‘optilt’, waar de muziek uitstijgt boven ieders aandeel. Samen instuderen kan heel constructief zijn en je nieuwe inzichten brengen. Maaike heeft ook van medespelers tips gekregen, die haar echt hielpen met een geloofwaardige opbouw van haar rol waardoor ze het publiek beter mee kon nemen in haar spel.

Waarachtigheid

Het uiteindelijke doel van alle inspanningen is een uitvoering die anderen raakt. Alle drie spelen ze samen met anderen en alle drie streven ze naar waarachtigheid in een uitvoering. Het eigen maken en het oefenen zijn dienstbaar aan een waarachtige presentatie. Maar waarachtigheid, wat is dat? Volgens de musici heeft waarachtigheid te maken met jezelf kunnen zijn, in een rol en als musicus. Om waarachtig te kunnen zijn moet je je innerlijke kracht vinden en jezelf blootgeven. Dat bereik je door jezelf, je drive, je grenzen en je wilskracht te kennen. Maar je moet je wel dienstbaar opstellen aan het product. Je moet namelijk ook samen kunnen spelen met anderen, in de zin van je eigen kracht erkennen en die zien, maar niet willen schitteren ten koste van anderen. Uiteindelijk ben je waarachtig op het moment dat je het verhaal vertelt, waarin alles wat je hebt geleerd en geoefend hebt samenkomt, zonder dat je daar op dat moment mee bezig bent.

Leren en instuderen

Instuderen is een continu proces, waarin je kennis en vaardigheden opdoet, verdiept en uitbreidt, waarin je jouw verbeeldingskracht aanspreekt en je eigen kracht ontdekt, waarin je reflecteert op wat goed gaat en beter kan en eindeloos oefent om een goed resultaat neer te kunnen zetten. Instuderen is een bijzondere vorm van leren en is een proces waarin je verschillende fasen doorloopt om tot een steeds betere uitvoering te komen. In feite wijkt dit leerproces niet af van het cyclische leerproces zoals Kolb heeft beschreven en waarin hij leren effectief noemt als dit leidt tot ‘nieuw gedrag’. (Kolb, 1984) (zie ook: De leercyclus van Kolb). Misschien met één verschil: instuderen leidt tot een performance, waar wij allen bij aanwezig kunnen zijn en van kunnen genieten.

~Maaike Widdershoven:
Ik lees het script, arceer de inhoud. Met instuderen begin ik met de muziek. Het voelt fijn als ik de noten ken, noten en melodie zijn de basis.~

Abbie de Quant is dwarsfluitiste. Ze won verschillende concoursen waaronder het ARD concours van München en heeft als soliste gespeeld met vele (verschillende) binnenlandse en buitenlandse orkesten (onder andere het Concertgebouworkest) en met grote dirigenten. Ze speelt ook kamermuziek en organiseerde in de Kleine Zaal van het Concertgebouw een eigen serie. Abbie blijft zich vernieuwen, ook door samenwerking met andere richtingen in de kunst als poëzie, mime en beeldende kunst. Veel componisten schreven nieuw werk voor haar. Ze maakte talloze opnamen. Abbie de Quant heeft lesgegeven aan de conservatoria in Amsterdam en Utrecht.

Gé Reinders is zanger, liedjesschrijver, componist en bespeelt meerdere instrumenten. Zijn bekendste nummer is Blaosmuziek, waarmee hij in 2007 zelfs de 27ste plaats in de Top 2000 bereikte. Gé werkte als producer voor onder anderen Lenette van Dongen, Suzan Seegers en Toon Hermans. Hij schrijft ook muziek en zijn liedjes werden opgenomen door onder meer Herman van Veen, Herman Finkers en Paul de Leeuw. Met zijn vrouw Marjan Suilen heeft hij het programma De Liedjeskast gemaakt, waarmee volwassenen zingenderwijs de taalregels kunnen leren. Voor seizoen 2018/2019 is de theatertournee Oetblaoze gepland, waarin Gé optreedt met plaatselijke blaasorkesten.

Maaike Widdershoven is zangeres lichte muziek en klassieke muziek. Ze speelde in onder meer de opera’s Die Dreigroschen Oper, Sancta Susanne, Electra en Carmen. Ze speelt ook in operettes en musicals, waaronder La Vie Parisienne, Anatevka, The Sound of Music en Aspects of Love, waarvoor ze de Musical Award voor ‘de beste vrouwelijke hoofdrol in een kleine productie’ kreeg. Ze treedt ook op in een kleinere bezetting, o.a. The Cherries en GroovyQ en geeft zangles aan solisten en koren.

Referenties

About.com. (2017). The Stanislavski System. 17-01-2017. http://plays.about.com/od/actingessentials/a/The-Stanislavsky-Method.htm Kolb, D. A. (1984).

Experiential learning: experience as the source of learning and development. Englewood Cliffs, NJ: Prentice Hall.