Het Nederlands Kwalificatiekader: hulpmiddel bij een leven lang leren

In een eerder artikel over een leven lang leren, betoogde Joke Elzenaar-Maathuis dat voor het toekomstgericht opleiden flexibiliteit en maatwerkprogramma’s een vereiste zijn (1). In onderstaand artikel wordt ingezoomd op een ander aspect van het vormgeven van toekomstgericht opleiden, namelijk het zichtbaar en inzichtelijk maken van individuele competenties. De auteurs betogen dat het Nederlands Kwalificatiekader (NLQF) hier een goed instrument voor is.

Recente ontwikkelingen

De afgelopen jaren zijn er meerdere adviezen en publicaties verschenen die het belang van een leven lang leren en het ontwikkelen van flexibel onderwijs voor volwassenen ondersteunen. In het onlangs door de commissie Sap (Commissie vraagfinanciering mbo, 2017) gepubliceerde rapport Doorleren werkt wordt wederom aangegeven, dat mensen ruimte moeten krijgen om zelf te kiezen voor functiegerichte of andere arbeidsmarktrelevante scholing bij een erkende onderwijsaanbieder. De SER (2017) geeft aan, dat het noodzakelijk is om dan aan te tonen wat iemand al kan door bijvoorbeeld het “zichtbaar en inzichtelijk maken van individuele competenties via e-portfolio’s en EVC, loopbaanadvies op maat en certificering van het aanbod van opleidingen (op basis van NLQF-criteria)” (SER, 2017, blz. 12).

Veranderingen op de arbeidsmarkt gaan dermate snel dat het op jongere leeftijd behaalde diploma niet volstaat voor een heel leven. Continue scholing is noodzakelijk, zowel als je je baan wilt behouden als wanneer je van baan wilt veranderen.

Verbindingen tussen vormen van leren

Volwassenen hebben op verschillende manieren kennis opgedaan en doen dat nog steeds. Zij hebben het reguliere onderwijs gevolgd (basisonderwijs, voortgezet onderwijs en hoger onderwijs), zij volgen bijvoorbeeld een functiegerichte training op het werk en doen in hun werk en leven ervaringskennis op.
Het zoeken is naar manieren om al deze kennis aan elkaar te linken, waardoor een helder beeld ontstaat van de kennis en vaardigheden waarover volwassenen beschikken. Een hulpmiddel hierbij is het vergelijken van de verschillende manieren van leren in termen van leerresultaten en van niveaus. Het Nederlands Kwalificatiekader (NLQF) voorziet hierin.

NLQF en ECVET

Het Nederlands kwalificatiekader (NLQF) is ontwikkeld ter ondersteuning van een leven lang leren en de arbeidsmobiliteit. Het NLQF heeft ook internationaal waarde door de koppeling aan het Europese kwalificatiekader, dat wordt gebruikt in 39 landen. Niveaus van zowel door de overheid gereguleerde als private kwalificaties worden door het NLQF vergelijkbaar gemaakt. Hierdoor is er meer transparantie in de wereld van opleiding en scholing. Het NLQF telt acht niveaus van basiseducatie tot universiteit en beschrijft per niveau de bijbehorende kennis en vaardigheden en de mate van verantwoordelijkheid en zelfstandigheid.

Eén van de belangrijkste bijdragen van het NLQF aan een leven lang leren is het stimuleren en gaan werken met leerresultaten. In het NLQF worden leerresultaten beschreven in termen van kennis, vaardigheden, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid (NLQF.nl, 2017). Leerresultaten maken vraaggestuurd en leerwegonafhankelijk onderwijs mogelijk voor volwassenen. Het gaat er in essentie om wat mensen moeten kunnen en kennen op een bepaald niveau.

Lerenden kunnen ofwel stapsgewijs een diploma halen, of alleen die onderdelen van een kwalificatie die nodig zijn in het kader van het uitbouwen van en/of overstappen naar een nieuwe functie. Voor volwassenen is het namelijk lang niet altijd noodzakelijk om een volledige opleiding te volgen. Door met eenheden te werken is het valideren van wat mensen kunnen en kennen gemakkelijker geworden en wordt ‘dubbel’ opleiden voorkomen, wat motivatieverhogend werkt. Voor de werkgever wordt daarnaast het terugdringen van werkverlet als een belangrijk resultaat gezien.

Het NLQF heeft een duidelijke relatie met het ECVET: European Credit System for Vocational Education and Training. Een kwalificatie wordt namelijk opgedeeld in ECVET-eenheden en analoog beschreven aan de leerresultaten van het NLQF.

Voorbeeld uit de zorg

ASVZ is een zorgorganisatie gespecialiseerd in kleinschalige zorg- en dienstverlening aan mensen met een verstandelijke beperking en psychische problematiek. De organisatie wilde een nieuwe impuls geven aan het scholen en opleiden van medewerkers. Er is gekozen voor deelname aan een ECVET-pilot. Het idee van de pilots om op een eenvoudige manier aan te tonen wat je al beheerst, past goed bij de filosofie van ASVZ. Hierdoor kunnen de opleidingstrajecten verkort worden. Deze manier van bijscholen is inmiddels de pilotfase voorbij. Sleutel voor succes is de samenwerking in de keten: werkgever, opleidingsinstelling en haar examencommissie en erkende valideringsaanbieder.

Belang van het NLQF voor een leven lang leren

De voordelen die ASVZ ziet, worden onderschreven door NIBE-SVV (kennis- en opleidingsinstituut in de financiële wereld). De beschrijving van een kwalificatie met een NLQF-niveauaanduiding (inclusief leerresultaten) biedt ruimte voor vrijstellingen en scheelt in de opleidingskosten.
Werkgevers, werknemers en opleiders kunnen profiteren van het NLQF, namelijk:

  • Werknemers hebben meer kansen op de arbeidsmarkt (ook internationaal), omdat zij kunnen laten zien welk NLQF-niveau de opleiding heeft. Het maakt niet langer uit waar zij hun opleiding hebben gevolgd. Belangrijker is, dat zij kunnen aangeven op welk niveau zij de werkzaamheden kunnen uitvoeren.
  • De private en publieke opleiders, brancheopleidingen en bedrijfsscholen kunnen na inschaling van één of meerdere van hun opleidingen zichtbaar maken waar ze staan, dit ondersteunt hun communicatie naar potentiële deelnemers aan de opleiding. Het vergroot de keuzemogelijkheden voor de deelnemer en die kan er zeker van zijn dat de aangeboden opleiding zich op het juiste niveau bevindt.
  • De werkgevers krijgen inzicht in het werk- en denkniveau van (potentiële) werknemers wanneer opleidingen een niveau van het NLQF hebben. In advertenties voor het werven van nieuw personeel zien we steeds vaker het NLQF-niveau terug.

Voorbeeld uit de sport

NOC*NSF werkt met het NLQF voor de borging van de kwaliteit van de sportopleidingen, omdat dit de sport en de sporters ten goede komt. Een aanduiding van het NLQF-niveau is ook internationaal bruikbaar door de koppeling met het Europees Kwalificatiekader (EQF). Deze koppeling maakt het mogelijk om het niveau van trainers uit verschillende landen te vergelijken. Daarnaast kan het NOC*NSF met een aanduiding van het NLQF-niveau voor de aangesloten sportbonden aangeven wat de waarde is van de aangeboden opleidingen, zodat het switchen naar een andere bond vergemakkelijkt kan worden.

Uitdagingen

Er is een geleidelijke toename te zien van het verzoek om inschaling van non-formele kwalificaties. Deze toename schrijven we toe aan meer bekendheid van de voordelen van een NLQF-niveauaanduiding. Maar ook door de koppeling van het NLQF aan bijvoorbeeld registereisen, eisen van zorgverzekeraars en vergoedingen uit scholingsfondsen. Op dit moment zijn er 36 non-formele kwalificaties ingeschaald en de verwachting is, dat voor het einde van het jaar er nog eens 10 bij zullen komen. De ingeschaalde kwalificaties kennen een wijde range van aanbieders waaronder: NOC*NSF, Koninklijke Marechaussee, CBL (de branchevereniging van de supermarkten en foodservice), het College Zorg Opleidingen (CZO), de branchevereniging van pedicures en de ABN AMRO.

Er zijn genoeg redenen om het NLQF te zien als een verrijking, maar er zijn ook verschillende punten waar nog aan gewerkt moet worden, zoals:

  • De naamsbekendheid en de voordelen van het NLQF voor werkgevers en werknemers.
  • Het verkrijgen van een landelijke erkenning.
  • De niveau-aanduiding op certificaten en diploma’s (ook van de publiek bekostigde opleidingen).
  • Het gebruik van leerresultaten – zoals beschreven in het NLQF – als basis voor het beschrijven van opleidingen. Aansluiting bij het kwalificatiedossier is hierbij noodzakelijk om voor opleiders helder te maken welke eenheden gevalideerd kunnen worden en welke eenheden voor welke certificering of diplomering kunnen zorgen.

Ondanks dat er nog stappen gezet moeten worden komen met het NLQF maatwerk en flexibiliteit in het opleiden van volwassenen dichterbij.

Marijke Dashorst heeft diverse opleidingen gevolgd: sociaal werk, post HBO verenigingsmanager, veranderingsmanagement en post HBO social cohesion. Ze is altijd werkzaam geweest in de opleidings- en trainingswereld, zoals in het vormingswerk, in trainingsinstituten, op een hogeschool, bij de MBO raad, bij de Europese commissie en nu voor het NCP NLQF/ECVET.

“Leven lang leren is een noodzaak om vitaal te blijven en plezier in het werk te houden, waarbij rekening wordt gehouden met wat iemand aan kennis en vaardigheden in het leven heeft verworven.”

Tijs Pijls studeerde onderwijskunde en veranderkunde en heeft na tien jaar werk in het beroepsonderwijs (vormingswerk en ROC) zijn loopbaan voortgezet binnen de advieswereld. Vanuit diverse rollen heeft hij gewerkt in projecten op het snijvlak van onderwijs en arbeidsmarkt. Hij heeft zich gespecialiseerd in vraagstukken rondom een leven lang leren en duurzame inzetbaarheid, met speciale aandacht voor het efficiënt scholen van volwassenen met erkenning van dat wat ze al beheersen. Momenteel is hij werkzaam als programmadirecteur van het nationale coördinatiepunt NLQF en als consultant binnen CINOP Advies.

“Leven lang leren loont!”

Noten

(1) Joke Elzenaar – Maathuis, Een leven lang leren: toekomstgericht opleiden.

Referenties

Commissie vraagfinanciering mbo. (2017). Doorleren werkt: Samen investeren in nieuwe zekerheid. Den Haag: Commissie vraagfinanciering mbo.

NLQF.nl (2017). Begrippenlijst. 21-07-2017. http://www.nlqf.nl/begrippenlijst.

SER. (2017). Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan: Een richtinggevend advies. Den Haag: SER.

Geraadpleegde websites

www.nlqf.nl.